Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Paul de Haan over de dubbele petten in de fiscale wetenschap.

Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’1

Al decennia duikt regelmatig het gerucht op dat fiscale hoogleraren in dienst van belastingadvieskantoren niet te vertrouwen zijn. Dat wordt meestal als vraag gesteld maar die vraag heeft een hoog retorisch karakter. Begin jaren 90 van de vorige eeuw kreeg de vraagstelling een venijnig karakter. CDA-Kamerlid Vreugdehil had via een amendement – tussen neus en lippen van het Oort-wetgevingsgeweld door – bepaalde vormen van agio onder de dividendbelasting gebracht. Een aantal hoogleraren maakte publiek bezwaar tegen de steelse gang van zaken, maar (aldus de NRC 4 juli 1990):

‘Vreugdenhil beet fel van zich af. Het was hem “opgevallen” dat drie van de vier professoren verbonden waren aan een belastingadviesbureau. Hij kon zich ook “niet aan de indruk onttrekken” dat belastingadviseurs in het verleden nogal wat adviezen hadden uitgebracht aan goed betalende clienten, in de veronderstelling dat de belastingregeling onaangetast zou blijven.’

In datzelfde artikel lijken onder andere belastinglegendes Hofstra en van Dijck deze indruk te bevestigen. Men gaat ook in op Loyens & Volkmaars (L&V) partner Nooteboom die als auctor intellectualis van de internationale adviespraktijk van L&V precies wist hoe hij diezelfde praktijk als staatssecretaris kon aanpakken. L&V weigerde een terugkeer van Nooteboom als partner; hij zegt in het artikel:

‘Ze hebben door mijn activiteiten natuurlijk een aantal cliënten verloren.’

Een smet op het L&V-blazoen wat mij betreft. Een blazoen dat verder qua historie indrukwekkend is, hetgeen weer eens blijkt uit een nieuw historiografisch pareltje uit de geoliede ‘LJA Pieterse-machine’, Tragiek en triomf over W.J. de Langen,2 oud-adviseur bij Loyens en oud hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. (De Langen doet me overigens sterk denken aan mijn eerste baas, ook L&V: Maarten Ellis.)

Ronduit alarmistisch is Oxfam in haar rapport uit 2016, Nederland Belastingparadijs, geciteerd door Sjoerd Douma in zijn oratie uit 2018:3

‘(...) there are alarming and suspicious ties between the ministry of Finance, academia, businesses, the Big four accountancy firms, large law firms and even the judiciary. Many participants wear “double hats”, e.g. a combination of university professor and tax advisor or persons who change jobs from the administration to the tax advisory community very easily.’

Dus men constateert alarmerende en verdachte banden tussen zo’n beetje alle fiscalisten in Nederland, behalve die van de Oxfam natuurlijk. Als zo’n kwaadaardig, allesomvattend complot zou bestaan dan ben ik daar zelf als belastingadviseur sinds 1982 buiten gehouden, potdikkeme!

Dergelijke ongefundeerde verdachtmakingen zijn ter linker- en ter rechterzijde inmiddels ‘bon ton’. Dit is precies het niveau waarop voormalig Trump-fluisteraar Steve Bannon acteert voor wie ‘deconstructie en destructie zo ongeveer synoniem zijn’.4 VVD-voorman Dijkhoff pareerde een dergelijke beschuldiging van Thierry Baudet eens met het treffende beeld dat voetballers over het algemeen niet van een hockeyveld plegen te komen.

Een heel andere vraag is – en wellicht probeerde Oxfam dat aan te kaarten – of er zoiets bestaat als een fiscaal-industrieel complex of een bepaald fiscaal discours waarin verschillende belangen exclusief samenkomen. Dat nu vind ik een veel interessantere vraag. En die vraag is urgenter ‘during times where there is a growing sense of discomfort or Unbehagen that we live in a “post democracy”, where democratic institutions and processes remain functioning, but that the “real” political processes happen elsewhere behind closed doors – and this to the detriment of the less mobile and the less privileged (..).’5 Mugler doet al geruime tijd onderzoek naar de socio-antropologische dynamiek (PdH: mijn beperkte omschrijving) binnen het OECD-BEPS-project.

Jan Vleggeert is eleganter in zijn recente oratie te Leiden. Hij hekelt de dubbele petten en de verschraling van het debat. Ik vind dat prima. Het kan geen kwaad het belang van onafhankelijkheid en integriteit te benadrukken, al zou dat naar mijn mening fiscaal-breed moeten en niet beperkt moeten blijven tot adviseur-hoogleraren. Verder zou – als er sprake is van beschuldigingen – de bewijsvoering meer dan anekdotisch moeten zijn. Wie zwaar stelt, moet zwaar bewijzen. Ik geloof overigens niet in een tribunaal maar veel meer in een debat over de kwaliteit van de fiscaliteit hier te lande. Daar zouden alle spelers – dus ook de NGO’s – elkaar de maat moeten kunnen nemen. Hebben fiscale adviseurs of hoogleraren belastingontwijking te lang links laten liggen, hebben NGO’s deskundigheid te lang rechts laten liggen, of hebben belastingambtenaren rechtsbescherming te lang in het midden gelaten? En niet in de laatste plaats: wat heeft de belastingwetenschap ten onrechte links, rechts of in het midden gelaten? Volgens Kavelaars6 is het voldoende als mensen weten dat de betrokken wetenschapper ook in dienst is van bijvoorbeeld een adviesorganisatie. Kavelaars reageerde op verwijten van Oxfam omtrent zijn deelname aan de Commissie-Dijkhuizen. Dat zou wat mij betreft een eerste, maar niet voldoende stap zijn.

Ik geloof in een grote verzoeningscommissie waarin iedereen elkaar vol de maat neemt en vervolgens tot een werkbare consensus komt (of niet...). En laten we vooral niet schijnheilig doen: wij staan allemaal in de wereld. We hebben allemaal scheuren, krasjes en vlekjes, of erger. Renate Rubinstein zeg ik berustend na: ‘Bijna iedereen heeft een dubbele moraal’. Op tafel ermee!

En in de tussentijd nemen we de handschoen op die mijn co-opinista Fred van Horzen zo prachtig heeft verwoord in zijn laatste opinie.7 STEUN DE STICHTING JAN MET DE PET! Regel nu eens als fiscale sector effectieve rechtshulp voor de achterblijvers in deze complexe samenleving.

Lees het interview van Trudeke Sillevis Smit met Eva Gonzales (Nachtmerrie van de fiscus, Advocatenblad 19 november 2020) dat als volgt opent:

‘Ik had een prinsheerlijk leven.’ (...) Alles liep op rolletjes, totdat op een kwade dag in 2014 haar man telefoontjes van klanten begon te krijgen: “Onze toeslag is stopgezet. Heb jij iets gedaan?” Hij zei: “Mijn vrouw is advocaat, ik zal navragen of die brief wel klopt.”’

En daarmee begon de kindertoeslagaffaire. Met Eva… moeder van alle levenden.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Paul de Haan
De Haan advies
NLF-nummer
NLF Opinie 2020/37
Judoreg
NFB3845
Publicatiedatum
27 november 2020

X