Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(12)
  • Commentaar NLFiscaal(1)
  • Literatuur(5)
  • Recent(2)
X (belanghebbende) is voor de vermogensbelasting voor het jaar 1975 aangeslagen naar een vermogen waarin de bezittingen en schulden van een stichting zijn begrepen.
Hof Den Haag heeft de Inspecteur op dit punt in het gelijk gesteld.
Het Hof heeft geoordeeld dat X in het onderhavige jaar in feite over het vermogen en de inkomsten van de stichting heeft kunnen beschikken. Het Hof is tot dit oordeel gekomen door het — niet weerlegd geoordeelde — vermoeden uit te spreken dat X geheel binnen het kader van de statuten vrijelijk kan beschikken over de in de stichting aanwezige inkomens- en vermogensbestanddelen.
Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld en de Hoge Raad verklaart dit gegrond.
De omschrijving van de gevallen waarin ingevolge de statuten uitkeringen kunnen worden verricht, is zodanig dat niet zonder nadere motivering duidelijk is waarom sprake is van een niet wezenlijke beperking als door het Hof bedoeld. De uitspraak is in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De zaak is verwezen.
Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
1975
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
30 oktober 1985
Rolnummer
22.715
ECLI
ECLI:NL:HR:1985:AC9086
bwbr0011353&artikel=2.14a&lid=1

X