Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Internationaal en Europees Belastingrecht bij de Erasmus School of Law (ESL) van de Erasmus Universiteit Rotterdam op 22 mei 2019.

Hoe zou ‘Europa’ moeten reageren op de maatschappelijke roep om een integer en adequaat functionerend vennootschapsbelastingstelsel voor de interne markt? Voorgesteld wordt de voorliggende CCTB-/CCCTB-richtlijnvoorstellen om te vormen naar een unitair heffingsmodel dat de mondiale economische winsten van de multinational in de belastingheffing betrekt en de grondslag over landen, EU en niet-EU, verdeelt op basis van een bestemmingslandgeoriënteerde omzetsleutel: de ‘CCCTB 2.0’. De EU-lidstaten zouden zelf het tarief vaststellen over de hun toebedeelde belastinggrondslag. Dit heffingsmodel zou een einde maken aan de fiscale beïnvloeding van financierings- en investeringsvoortgangsbeslissingen en investeringslocatiebeslissingen. De belasting zou moeilijk te bespelen zijn. De EU-lidstaten zouden hun autonomie herwinnen om hun vennootschapsbelastingtarieven vast te stellen op het niveau dat zij wenselijk achten. De ‘race to the bottom’ zou binnen de EU een halt worden toegeroepen. Indien de EU als eerste zou bewegen, dan zouden andere landen of regio’s, door eigenbelang gedreven, worden aangemoedigd te volgen. De neutraliteitbevorderende kenmerken zouden het internationale bedrijfsleven stimuleren het model te omarmen en lobbymatig in te zetten op een zo snel mogelijke transitie. De beweging zou een door competitieve responses gedreven transitie initiëren richting mondiale omarming van bestemmingslandgeoriënteerde overwinstbelastingen: ‘harmonisatie door concurrentie’. Als innovatorregio zou de EU het grootste economische voordeel hebben gedurende de transitieperiode waarin de winstbelastingsystemen van landen evolueren richting het equilibrium waarin bestemmingslandgeoriënteerde winstbelastingen de mondiale standaard vormen. Eindpunt zou een nieuw fiscaal paradigma zijn van een internationale belastingarchitectuur die neutraal en non-discriminatoir functioneert aan de aanbodzijde. Een uitkomst die een billijke en economisch efficiënte systeemoplossing biedt voor de ‘BEPS-problematiek’.

Meneer de rector magnificus, mevrouw de decaan, collega’s, studenten, beste vrienden, familieleden, aanwezigen, welkom. Wat fijn dat u er allemaal bent, vandaag, hier in de aula van de Erasmus Universiteit Rotterdam, om mijn inaugurele rede1 bij te wonen.

1. Inleiding

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Vennootschapsbelasting
Wetsartikel(en)
Auteur(s)
Maarten de Wilde
Erasmus Universiteit Rotterdam en Loyens & Loeff
NLF-nummer
NLF 2019/0001
JUDOREG
NFB3865

X