Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving(6)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(33)
  • Jurisprudentie(587)
  • Commentaar NLFiscaal(16)
  • Literatuur(104)
  • Recent(30)
  • Softlaw(40)

Het arrest Danske Bank benadrukt de territoriale werking van de fiscale eenheid. Als gevolg hiervan is de Zweedse vaste inrichting een zelfstandige belastingplichtige die verlegde btw moet aangeven op dienstverlening van haar Deense hoofdhuis dat onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid. Hoewel het arrest in lijn is met eerdere Europese jurisprudentie, zal Nederland de geldende beleidsregels moeten wijzigen. Ook roept het arrest vragen op over het aftrekrecht en prestaties tussen verschillende vaste inrichtingen van hetzelfde hoofdhuis.

1. Inleiding

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) heeft met de zaak Danske Bank een belangrijk arrest gewezen over de btw-behandeling van diensten tussen een hoofdhuis dat onderdeel is van een fiscale eenheid voor btw-doeleinden (‘fiscale eenheid’) en haar vaste inrichting.1

De zaak is in wezen een vervolg op de zaak Skandia America Corporation (hierna: Skandia America) uit 2014.2 Zij het dat in Skandia America niet het hoofdhuis maar de vaste inrichting onderdeel was van een fiscale eenheid. Danske Bank staat daarom in de fiscale volksmond en in goed Nederlands ook wel bekend als ‘Reverse Skandia’. Het HvJ heeft in beide zaken geoordeeld dat diensten tussen een hoofdhuis en haar vaste inrichting onderworpen zijn aan de heffing van btw als ten minste één van beide onderdeel is van de fiscale eenheid.

bwbr0002629&artikel=7,bwbr0002629&artikel=15,celex32006l0112&artikel=2,celex32006l0112&artikel=9,celex32006l0112&artikel=11,celex32006l0112&artikel=168,celex32006l0112&artikel=174,celex32006l0112&artikel=398

X