Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op 16 maart 2018 diende minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) het wetsvoorstel ‘Toezicht trustsector 2018’ bij de Tweede Kamer in.


De trustsector wordt op grond van de Wet toezicht trustkantoren geacht om te fungeren als een van de poortwachters van het Nederlandse financieel stelsel. Deze rol houdt in dat trustkantoren zich moeten inspannen om te helpen voorkomen dat het Nederlandse financieel stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van geld, het financieren van terrorisme of voor handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd, zoals belastingontduiking. De constatering dat de trustsector moeite heeft om de wet na te leven en dat er tevens een gebrek aan bereidheid is om zowel letter als geest van de wet na te leven, is niet onbekend. Deze signalen zijn voor minister Hoekstra (mede) aanleiding geweest om de wetgeving en het toezicht op de trustsector aan te scherpen.


Felix Peppelenbosch bespreekt de hoofdlijnen van dit wetsvoorstel en besteedt uitgebreid aandacht aan het verbod van belastingadvies en trustdienstverlening aan dezelfde cliënt.

Hoofdlijnen wetsvoorstel

In de nieuwe Wet toezicht trustkantoren wordt meer integriteit en professionaliteit van trustkantoren geëist. Ze moeten een bv of nv zijn en een dagelijkse leiding hebben van ten minste twee personen, die vanuit Nederland moeten werken. Verder scherpt de nieuwe wet de eisen aan de interne controle aan. De zogeheten compliancefunctie mag niet worden uitbesteed aan een externe partij. Trustkantoren worden verder verplicht om in het kader van cliëntenonderzoek informatie met elkaar te delen. Dit moet voorkomen dat trustkantoor A een klant afwijst vanwege integriteitsrisico’s, maar hij bij trustkantoor B gewoon geholpen wordt.

Verbod belastingadvies en trustdienstverlening aan dezelfde cliënt

Het wetsvoorstel kent een verbod om een trustdienst te verlenen aan een cliënt, als die trustdienst uitvoering geeft aan een belastingadvies dat aan diezelfde cliënt is verstrekt. Het gaat dan om belastingadvies van het trustkantoor zelf of door een persoon of vennootschap die deel uitmaakt van dezelfde groep als het trustkantoor. Hiermee wordt beoogd de onafhankelijke uitvoering van het cliëntenonderzoek door het trustkantoor, voorafgaand aan het aangaan van een zakelijke relatie of het verlenen van een trustdienst, te waarborgen en belangenverstrengeling te voorkomen.

In de praktijk is gebleken dat trustdiensten worden verleend in gevallen waarin integriteitrisico’s onvoldoende beheerst konden worden. Dit kwam vooral naar voren bij de combinatie van trustdienstverlening en het verstrekken van belastingadvies door aan het trustkantoor verbonden belastingadviseurs, accountants, fiscalisten of fiscaal georiënteerde advocaten. Ook in de bevindingen van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies is dit aan de orde gesteld.1 Voor trustkantoren gelden verscherpte integriteitsvereisten. Hoewel de Wwft van toepassing is op belastingadviseurs, accountants, fiscalisten of fiscaal georiënteerde advocaten, zijn de in de wet gestelde normen voor deze partijen niet gelijk aan de normen voor trustkantoren uit het onderhavige wetsvoorstel. Zo zijn belastingadviseurs niet gebonden aan dezelfde vereisten voor het beheersen van integriteitsrisico’s. Een trustkantoor is verplicht te reflecteren op de maatschappelijke betamelijkheid van zijn dienstverlening. Dit volgt uit de definitie van integriteitsrisico en de verplichting deze integriteitsrisico’s te beheersen. Een adequate beoordeling van de integriteitsrisico’s bij het aangaan van een zakelijke relatie of het verlenen van een trustdienst, alsmede een afweging van de mogelijkheden om de geconstateerde integriteitsrisico’s te beheersen, vergt een bepaalde mate van onafhankelijkheid van het trustkantoor. Deze onafhankelijkheid is in het geding indien trustkantoren trustdiensten verlenen naar aanleiding van een belastingadvies dat door hetzelfde trustkantoor, dan wel door een entiteit binnen dezelfde groep als het trustkantoor, is gegeven.

Direct effect verbod

Het directe effect van het verbod is dat het niet meer mogelijk is voor trustkantoren (en anderen binnen dezelfde groep) om eerst te adviseren over de opzet van een fiscaal gunstige structuur en vervolgens deze structuur op te zetten en te beheren. De scheiding van deze activiteiten waarborgt een onafhankelijke afweging van de integriteitsrisico’s en mogelijke beheersmaatregelen bij het verlenen van trustdiensten. Het verbod ziet op ‘het uitvoering geven aan belastingadvies’. Essentie hiervan is dat er geen direct verband mag zijn tussen het geven van een advies en het verlenen van trustdiensten aan dezelfde cliënt. Het geven van uitvoering moet zo gelezen worden dat er gevolg wordt gegeven aan een advies. Dit hoeft niet op alle aspecten van het advies te zien of geheel overeen te komen met hetgeen in het advies is opgenomen; ‘uitvoering geven aan’ moet in die zin breed opgevat worden. Deze notie is van belang om omzeiling van het verbod te voorkomen door een advies niet geheel uit te voeren.

Belastingadvies moet onderscheiden worden van belastingaangifte

Het verrichten van een aangifte valt niet onder het verbod en kan zelfs een trustdienst zijn. Het verschil tussen aangifte en advies is dat belastingadvies in de zin van dit wetsvoorstel betrekking heeft op het geven van advies over de opzet, inrichting en werking van structuren van rechtspersonen en vennootschappen gericht op de toepassing van belastingrecht, terwijl de aangifte met daarmee verband houdende werkzaamheden ziet op het administratieve proces van gegevensuitwisseling met een fiscale autoriteit achteraf, van een al bestaande structuur.

Uitbreiding bevoegdheden DNB

Dit wetsvoorstel breidt de bevoegdheden van DNB op meerdere punten uit. DNB kan kantoren verplichten een gedragslijn over te nemen. De hoogste boetes die DNB kan opleggen gaan omhoog van € 4 naar 5 miljoen. Er komt ook een omzetgerelateerde en een voordeelgerelateerde boete.

DNB krijgt verder meer mogelijkheden om de vergunning van een trustkantoor in te trekken en kan bij bepaalde overtredingen de bestuurders een tijdelijk beroepsverbod opleggen. DNB mag als de nieuwe wet is aangenomen ook overtredingen en sancties openbaar maken. Net als bij de overige uitgebreide bevoegdheden moet hier een afschrikwekkende werking van uitgaan.

Parlementaire voortgang

Het parlementaire behandelschema van dit wetsvoorstel zal worden vastgesteld tijdens de procedurevergadering van de vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer op 29 maart 2018. Ik verwacht dat Hoekstra dit wetsvoorstel moeiteloos door het parlement zal loodsen. De trustsector heeft de aanscherping van de regels immers over zichzelf afgeroepen. Bovendien past een aanscherping van de regels geheel in de hedendaagse geest van het tegengaan van het witwassen van geld, het financieren van terrorisme en het aanpakken van belastingontwijking.

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/15
Judoreg
NFB2169
Publicatiedatum
22 maart 2018

X