Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Cryptogeld is ‘geld’ in de vorm van een bedrag in cryptovaluta, of – met een Engels woord – cryptocurrency. Dit is een soort digitale munteenheid, die in feite dient als alternatief geldsysteem voor de reguliere geldsoorten. De eerste en grootste is de bitcoin. Een verzamelnaam voor de andere is altcoin. Cryptovaluta vervullen in de praktijk echter niet of nauwelijks de reguliere functie van geld als een algemeen geaccepteerd betrouwbaar betaalmiddel, oppotmiddel en rekeneenheid.


Cryptovaluta zijn de laatste tijd wel veelvuldig in het nieuws. Maar hoe zit het nu precies met de fiscale aspecten van cryptovaluta? Op verzoek van de Eerste Kamer heeft staatssecretaris Menno Snel van Financiën hierover zijn licht laten schijnen. In een brief aan de Eerste Kamer bespreekt hij de huidige stand van zaken (brief van 28 mei 2018, 2018-0000082316). Felix Peppelenbosch gaat nader in op deze brief. De ontwikkelingen omtrent cryptovaluta gaan echter snel. Dit kan betekenen dat de fiscale kwalificatie en behandeling van cryptovaluta in de toekomst aan veranderingen onderhevig kunnen zijn.

Er zijn diverse situaties rondom de fiscale aspecten van cryptovaluta mogelijk. Deze worden hieronder besproken. 

Het minen van en het handelen in cryptovaluta door een natuurlijk persoon

Voor het antwoord op de vraag hoe de Belastingdienst omgaat met het zogenoemde ‘minen’ en handelen in cryptovaluta is het van belang of ten aanzien van die activiteiten in fiscale zin al dan niet sprake is van een ‘bron van inkomen’. Deze bronvraag laat zich niet eenduidig beantwoorden en is sterk afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden van het geval. Mede als gevolg van een toename van het aantal personen dat zich bezighoudt met mining en de regulering van het aantal te minen cryptovaluta per dag (een beperkte hoeveelheid kan gemined worden), is het de vraag of sprake is van een voordeelverwachting. Daarbij kan ook de omvang van de investering (in computers) een rol spelen. Daarnaast kan de fase waarin men instapt met het minen van cryptovaluta (beginfase of een reeds langer bestaande cryptovaluta) een licht werpen op de voordeelverwachting.

In de jurisprudentie is uitgemaakt dat geen sprake is van een bron van inkomen in geval van een speculatieve transactie en als het eindresultaat niet beïnvloedbaar is door de verrichte arbeid. Dat geldt ook voor de handel in cryptovaluta. Als daarentegen structureel positieve resultaten worden behaald die kunnen worden verklaard door arbeid van belanghebbende die verder gaat dan de arbeid die met speculatie samenhangt, is wel sprake van een bron van inkomen. De meeropbrengst moet dus verband houden met de verrichte arbeid (in kwalitatieve of kwantitatieve zin).

In het concrete geval zal aan de hand van de feiten en omstandigheden moeten worden beoordeeld of al dan niet sprake is van een bron van inkomen. Dat laatste is ter beoordeling van de Inspecteur. In zijn algemeenheid zal – met inachtneming van de feiten en omstandigheden van het specifieke geval – gelet op het voorgaande bij het minen en de handel in cryptovaluta door een natuurlijk persoon vermoedelijk niet snel sprake zijn van een bron van inkomen.

Bezittingen in box 3

Cryptovaluta, waaronder de bitcoin, in het bezit van een natuurlijk persoon behoren tot de vermogensrendementsgrondslag van box 3, tenzij sprake is van vermogensbestanddelen die inkomen uit werk en woning of uit aanmerkelijk belang genereren, bijvoorbeeld winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.

Er zijn verschillende koersen voor cryptovaluta. Nu er geen wettelijk voorschrift bestaat met betrekking tot de vraag welke koers gehanteerd dient te worden, is de koers op de peildatum van het gebruikte omwisselplatform de meest voor de hand liggende koers.

Door een IB-ondernemer of bv ontvangen tegenprestatie in cryptovaluta

Een ander aspect betreft de vraag wat de fiscale gevolgen zijn als een ondernemer goederen verkoopt of diensten verleent waarbij de tegenprestatie in cryptovaluta wordt voldaan. Als de vergoeding niet in euro’s maar in cryptovaluta wordt voldaan, moet deze worden omgerekend naar een equivalent in euro’s. Dat omgerekende bedrag in euro’s wordt tot de omzet gerekend. Dat geldt zowel voor de winstbepaling (de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting) als voor de omzetbelasting. Als de cryptovaluta worden omgewisseld in euro’s kan die omwisseltransactie voor de winstbepaling een verlies of een winst opleveren. Als de cryptovaluta per balansdatum aanwezig zijn, geschiedt de waardering volgens goed koopmansgebruik. Cryptovaluta kwalificeren niet als liquide middelen, maar zullen veelal wel als vlottende activa kunnen worden aangemerkt. Onder omstandigheden kan ook sprake zijn van voorraad. In beide situaties (vlottende activa dan wel voorraad) is de hoofdregel waardering op kostprijs of lagere marktwaarde.

Loonbetaling in cryptovaluta

Als loon wordt uitbetaald in cryptovaluta moet in de aangiften LB een omrekening in euro’s plaatsvinden op het moment dat het loon wordt genoten. Loon uitbetaald in cryptovaluta wordt behandeld als loon in natura.

Aankoop van cryptovaluta door natuurlijk persoon die IB-ondernemer is

Bij de aankoop van cryptovaluta door een natuurlijk persoon die kwalificeert als IB-ondernemer speelt het leerstuk van de vermogensetikettering. Als sprake is van duurzaam overtollige liquide middelen waarmee de cryptovaluta worden aangeschaft, worden zij tot de rendementsgrondslag van box 3 gerekend.

Als de aankoop van de cryptovaluta met ondernemingsvermogen niet plaatsvindt binnen de normale ondernemingsuitoefening en er geen sprake is van het beleggen van tijdelijke overtollige middelen op een zodanige wijze dat zij weer tijdig binnen de onderneming beschikbaar kunnen zijn, is sprake van verplicht privévermogen (box 3).

Het minen en de aankoop van cryptovaluta door een bv

Op grond van de Wet VpB 1969 drijft een bv een onderneming met zijn gehele vermogen. Anders dan bij een IB-ondernemer speelt bij een bv het leerstuk van de vermogensetikettering dus geen rol. Dit betekent dat het minen en de aankoop (al dan niet gevolgd door verkoop) van cryptovaluta zich in de winstsfeer afspelen. De resultaten daarvan moeten volgens goed koopmansgebruik in aanmerking worden genomen.

Handhaving

In verband met de toenemende aandacht voor dit thema wordt er vanuit de Belastingdienst gewerkt aan verkennende onderzoeken, om meer zicht te krijgen op dit fenomeen en op de mogelijke problematiek die daarbij kan spelen. Tevens wordt er in internationaal verband gekeken naar de wijze waarop handhaving effectief kan worden vormgegeven. In de onderzoeken wordt ook gekeken naar transacties in cryptovaluta die in de schaduwkant van de economie plaatsvinden. Dat geldt ook voor het mogelijke bezit ervan.

Een belangrijke ontwikkeling in dit verband is de nieuwe Vijfde antiwitwasrichtlijn (Richtlijn 2015/849), waarin identificatieverplichtingen, alsmede andere regels staan opgenomen voor handelsplatformen en andere aanbieders van cryptovaluta.

Belastingdienst werkt aan voorlichtingsmateriaal

Ten aanzien van de fiscaliteit laat Snel weten dat er wordt gewerkt aan nader voorlichtingsmateriaal. Zodra dit gereed is, zal dat op de website van de Belastingdienst worden geplaatst.

Geen meldplicht voor banken

Als u op grote schaal in cryptovaluta handelt, hebt u voorlopig niks te vrezen van de rol van de banken hierin. Banken hebben geen meldplicht voor transacties die erop zijn gericht om cryptovaluta aan te kopen of te verkopen.

Snel geeft in zijn brief wel aan dat in overleg met de financiële toezichthouders nader zal worden geïnventariseerd wat de mogelijkheden zijn binnen het bestaande regelgevende kader.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Vennootschapsbelasting
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2018/25
Judoreg
NFB2179
Publicatiedatum
31 mei 2018

X