Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op 7 december 2017 zond staatssecretaris Menno Snel (Financiën) de zogenoemde Handhavingsbrief Belastingdienst 2018 naar de Tweede Kamer. De Handhavingsbrief maakt volgens Felix Peppelenbosch in ieder geval één ding heel duidelijk; zonder fiscale dienstverleners is de Belastingdienst een permanent zinkende Titanic.

Op 7 december 2017 zond staatssecretaris Menno Snel (Financiën) de zogenoemde Handhavingsbrief Belastingdienst 2018 naar de Tweede Kamer.1 Deze brief beschrijft de uitvoerings- en toezichtstrategie van de Belastingdienst. Deze strategie is gericht op het bevorderen en onderhouden van een juiste wetsnaleving door burgers en bedrijven. Wat kunnen mkb-ondernemingen en grote ondernemingen verwachten? De Handhavingsbrief maakt in ieder geval één ding heel duidelijk; zonder fiscale dienstverleners is de Belastingdienst een zinkend schip.

Mkb-ondernemingen

De doelgroep midden-­ en kleinbedrijf (mkb) telt ongeveer 1,9 miljoen ondernemingen. Dit aantal is de afgelopen tien jaar aanzienlijk gegroeid, vooral door de toename van het aantal zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel). Het segment kenmerkt zich door een grote diversiteit aan bedrijven en het bevat deels ook burgers die louter fiscaal als ondernemer worden aangemerkt.

Anders dan bij particulieren en toeslaggerechtigden het geval is, beschikt de Belastingdienst voor de belastingheffing maar beperkt over gegevens van derde partijen waarmee aangiften kunnen worden getoetst. Een goede naleving is daarmee vooral afhankelijk van de kwaliteit van de eigen administratie van ondernemers en van de bereidheid (en het vermogen) tot naleven. Fiscaal dienstverleners, zoals administratiekantoren, accountants en belastingadviseurs, spelen een belangrijke rol in het borgen van de juistheid van de aangiften. Samenwerking met hen, al dan niet in het kader van afspraken onder horizontaal toezicht, is een belangrijk onderdeel van de strategie voor deze doelgroep. Net als bij de doelgroep particulieren hebben veel fouten in de aangiften te maken met onkunde en slordigheid, meer dan met onwil. Dat geldt vooral voor de 1,5 miljoen ondernemers in het kleinbedrijf. In de benadering van die doelgroep staan daarom het vergroten van gemak en eenvoud voorop. De Belastingdienst wil komen tot een vorm van vooraf ingevulde aangiften voor zzp’ers. ‘Automatisch ingevuld’ betekent daarbij dat de gegevens in de aangiften rechtstreeks ontleend worden aan de administratie van de ondernemer. Aan de wijze waarop deze administratie wordt gevoerd, stelt de Belastingdienst hoge eisen, die erop gericht zijn bewuste en onbewuste fouten zoveel mogelijk te voorkomen. Dat betekent onder andere dat de administratie gevoerd moet gaan worden met gecertificeerde online-software, waarbij er een rechtstreekse koppeling met de bankrekening van de ondernemer is. In 2018 start hiervoor een pilot. De verwachting van Financiën is dat deze aanpak ertoe leidt dat het voeren van een administratie en het doen van aangiften voor zzp’ers veel gemakkelijker wordt en de kwaliteit van de aangiften toeneemt.

Nobel streven

Een via (vooraf ingevulde aangifte) voor zzp’ers is natuurlijk een nobel streven, maar ik zie het nog niet zo snel gebeuren dat de ruim 1 miljoen zzp’ers die ons land telt zelf hun administratie keurig gaan bijhouden. Zij zullen net als nu ook straks sterk moeten leunen op fiscale dienstverleners teneinde aan hun fiscale verplichtingen te kunnen voldoen. Kent u veel zzp’ers waarvan u verwacht dat zij aan het eind van hun werkdag nog even netjes hun administratie gaan bijwerken met door de Belastingdienst gecertificeerde software? Ik in ieder geval niet.

Grote ondernemingen

Het is evident dat grote ondernemingen het niet kunnen stellen zonder fiscale dienstverleners. De ongeveer 9.000 grootste bedrijven vertegenwoordigen een groot budgettair belang voor de schatkist: zij dragen circa 70% van de totale belasting- en premieopbrengst in Nederland af. Zij kenmerken zich door een grote complexiteit en zijn vaak in meer landen actief. Daarmee kennen zij doorgaans ingewikkelde fiscale structuren. Voor een aantal bedrijven geldt dat activiteiten en kapitaal relatief gemakkelijk kunnen worden verplaatst van en naar Nederland, met gevolgen voor de in Nederland belastbare grondslag. Bestrijding, maar ook het voorkomen van belastingontwijking is belangrijk bij de behandeling van deze doelgroep.

Internationale belastingontwijking kan vaak het best in samenwerking met de belastingadministraties van andere landen effectief worden aangepakt. De verwachting is dat het toezicht meer gebaseerd zal zijn op gezamenlijke internationale risicoselecties en op gezamenlijke boekenonderzoeken (bilateraal of multilateraal). Internationaal zijn maatregelen genomen in het BEPS-­programma. Een belangrijk onderdeel daarvan is de verplichting voor multinationals met een omzet van meer dan € 750 miljoen om een country-by­-country report in te dienen. Recent is de verplichting tot deze rapportage ook in Nederland ingevoerd. Een country-by­-country report geeft inzicht in waar bedrijfsactiviteiten plaatsvinden en hoe de omzet en resultaten aan de diverse landen waarin het bedrijf actief is, zijn toegerekend. De Belastingdienst verwacht ongeveer 170 rapporten van Nederlandse multinationals te ontvangen en ongeveer 3.000 rapporten van buitenlandse multinationals. Deze rapporten leveren extra informatie voor de risicoselectie binnen het toezicht.

Voor grote ondernemingen kiest de Belastingdienst voor de zogenoemde ‘individuele klantbehandeling’. Deze behandeling kenmerkt zich door regelmatig individueel contact met de leiding van ondernemingen en door hen ingeschakelde (fiscale) adviseurs en accountants. De zakelijke werkrelatie, het individuele contact, zet de Belastingdienst in om gedrag te beïnvloeden en bestaande problemen bespreekbaar te maken en zo mogelijk in de actualiteit op te lossen. Vooroverleg en horizontaal toezicht zijn daarom relatief veel voorkomende handhavingsinstrumenten voor deze groep ondernemingen. In juni 2017 is het door de Belastingdienst uitgevoerde Onderzoek Grote ondernemingen aan de Tweede Kamer aangeboden.2 Onderzocht is de relatie tussen de individuele klantbehandeling door de Belastingdienst bij grote organisaties en de compliance van de organisaties. De uitkomsten van dit onderzoek gebruikt de Belastingdienst om te komen tot meer differentiatie in de individuele klantbehandeling bij grote ondernemingen. De Belastingdienst stemt daarbij zijn behandeling af op de mate van transparantie, de kwaliteit van de fiscale administratie en de fiscale strategie van de onderneming.

Tot slot

De oppositiepartijen in de Tweede Kamer en de media stellen belastingadviseurs maar al te graag in een kwaad daglicht als fiscale trapezewerkers, grensverkenners en belastingwegsluizers. De werkelijkheid ligt – gezien de Handhavingsbrief – toch heel wat genuanceerder.

Na het lezen van de Handhavingsbrief gaan mijn gedachten onwillekeurig terug naar toenmalig staatssecretaris van Financiën, Willem Vermeend, toen hij zijn plannen voor de Wet IB 2001 aan het uitwerken was. Maurice de Kleer, de voorzitter van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, vatte het in zijn eerste jaarrede in 2015 zeer treffend samen. Ik citeer:

‘De jaarrede van de voorzitter is een serieuze zaak, geen toneelstukje. Toch wil ik u aan het begin van mijn eerste jaarrede meenemen naar een toneelstukje. Ik ga met u terug naar het jaar 2003, voor een onthullende dialoog tussen twee bezoekers van het Belastingmuseum. Ruim vijf jaar vóór 2003 werd onze ondergang aangekondigd. Ja, u hoort het goed: onze ondergang werd aangekondigd. Eind 1997 presenteerden minister Zalm en staatssecretaris Vermeend hun “Verkenning van het belastingstelsel in de 21ᵉ eeuw” en daarbij voorspelden ze dat belastingadviseurs binnen enkele jaren werkloos zouden zijn. Alles werd namelijk zo eenvoudig dat onze hulp overbodig zou worden. Fiscale constructies zouden in de toekomst onmogelijk zijn – en daarmee was ons beroep ten dode opgeschreven. Toenmalig NOB-voorzitter Peter Dekker weerlegde de voorspelling van Zalm en Vermeend in een mooie column in het Weekblad Fiscaal Recht van 8 januari 1998. Die column begon met een dialoog tussen twee bezoekers van het Belastingmuseum in januari 2003. De bezoekers werpen een wat meewarige blik op een wassenbeeld. Het blijkt het laatst bewaarde exemplaar van een belastingadviseur te zijn. Ik kan u verzekeren: Peter Dekker maakt in het vervolg van zijn column gehakt van de gedachte dat een belastingadviseur een fiscale trapezewerker is. Het kwam hem op een vriendelijk en welwillend briefje van staatssecretaris Vermeend te staan. Ruim zeventien jaar zijn verstreken sinds de column met de zojuist gespeelde dialoog werd gepubliceerd. Mijn vraag aan u is: zijn er anno 2015 nog belastingadviseurs? Ik dacht toch van wel. Laat ik het zo samenvatten: we waren er, we zijn er en we blijven er!’

Wat mij betreft mogen de bewindslieden van het ministerie van Financiën, Wopke Hoekstra en Menno Snel, hun handen dichtknijpen dat de profetie van Willem Vermeend niet is uitgekomen. Zonder belastingadviseurs zou het vullen van de schatkist pas echt problematisch worden en zou de Belastingdienst een permanent zinkende Titanic zijn. En die kant zou eigenlijk ook wel eens wat beter mogen worden belicht. Politici en media gaan daar echter makkelijk aan voorbij. Zo’n onderwerp scoort immers niet bij het grote publiek.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2017/30
Judoreg
NFB1237
Publicatiedatum
21 december 2017

X