Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Zelfstandigen zijn straks standaard verzekerd voor langdurig inkomensverlies na ziekte of een ongeval. Mensen bepalen bij de start zelf hun eigenrisicoperiode: één jaar (standaardoptie), een half jaar of twee jaar. Zo houden zij grip op de premiehoogte. De uitvoering komt in publieke handen. Ook is het mogelijk om een gelijkwaardige of aanvullende verzekering te kiezen via de private markt. Dit staat in het op 3 maart 2020 gepresenteerde voorstel van de Stichting van de Arbeid waarmee een hiaat in het socialeverzekeringsstelsel wordt gedicht. Het voorstel lijkt in de kern sterk op de zogenoemde Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) die per 1 augustus 2004 is afgeschaft. De WAZ was uiteindelijk gedoemd om ten onder te gaan. Zelfstandigen zaten destijds niet te wachten op ‘solidariteit’. Felix Peppelenbosch vraagt zich af of dat bij de omvangrijke groep zzp’ers nu wel het geval is.

Keuze voor zekerheid. Zelfstandigen standaard verzekerd tegen langdurig inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid

De in 1945 opgerichte Stichting van de Arbeid (hierna: de Stichting) is een (privaatrechtelijk) landelijk overlegorgaan van de centrale organisaties van werkgevers en werknemers in Nederland. Thans zijn in de Stichting vertegenwoordigd de Vereniging VNO-NCW (VNO-NCW), de Koninklijke Vereniging MKB Nederland (MKB-Nederland), de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO), de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) en de Vakcentrale voor Professionals (VCP). Op hoofdlijnen houdt het voorstel van de Stichting (‘Keuze voor zekerheid. Zelfstandigen standaard verzekerd tegen langdurig inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid’) het volgende in:

  • Er komt een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen zonder personeel. Zelfstandigen met personeel worden uitgezonderd van de verzekeringsplicht. Met deze verzekeringsplicht wordt een gat gedicht in de sociale zekerheid.
  • Vanwege de diversiteit van de zelfstandigenpopulatie, biedt het voorstel verschillende keuzemogelijkheden. Zo kan elke zelfstandige zelf bepalen welke verzekering passend is.
  • Elke zelfstandige verzekert zich standaard voor een uitkering van 70% van het laatstverdiende inkomen tot aan de grens van bruto circa € 30.000 per jaar (143% WML). De uitkering is maximaal € 1.650 bruto per maand, dat is 100% Wettelijk Minimum Loon (WML). De premie voor de standaardverzekering is indicatief 8% van het inkomen en is aftrekbaar.
  • De uitkering kent een standaard eigenrisicoperiode, of wachttijd, van 52 weken met een keuzemogelijkheid om dit aan te passen naar 26 of 104 weken. De verzekering loopt tot het bereiken van de AOW-leeftijd.
  • Zelfstandigen kunnen zelf kiezen of ze zich bovenop de standaardverzekering nog aanvullend willen verzekeren. De toegankelijkheid van de bovenwettelijke aanvullingen zal in overleg met de sector verbeterd worden, met als mogelijkheid complementair een Onderling Waarborgfonds om te borgen dat iedere zelfstandige zich aanvullend aan de publieke basisverzekering, op betaalbare wijze, privaat kan verzekeren.
  • De verzekering wordt uitgevoerd door het UWV: claimbeoordeling, uitkeringsverstrekking en re-integratie. De Belastingdienst is verantwoordelijk voor de premie-inning.
  • De verzekering hanteert het arbeidsongeschiktheidscriterium van de WIA: gangbare arbeid. Hierbij wordt rekening gehouden met alle werkzaamheden die de verzekerde nog uit zou kunnen voeren. De verzekering geldt zowel voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten als voor volledig arbeidsongeschikten.
  • Re-integratie begint zodra de wachttijd ingaat. Hiermee komen zelfstandigen waar mogelijk weer snel aan het werk en worden uitkeringskosten voorkomen. Voor dit doel worden voldoende financiële middelen gereserveerd, te betalen vanuit de premie. De Stichting van de Arbeid adviseert om voor een effectieve re-integratie tevens een Arbocentrum voor zelfstandigen op te richten.
  • Zelfstandigen kunnen kiezen een andere passende arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten bij een private verzekeraar, mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden. Hiervoor is een toetsingskader geformuleerd. Lopende private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen worden geëerbiedigd, als ze voor de peildatum zijn afgesloten.
  • De agrarische sector kent een specifieke positie. Het is uitvoerbaar de agrarische sector uit te sluiten van de verzekeringsplicht. Of het in de rede ligt deze sector uit te zonderen, is een politieke keus. Die is aan het kabinet, de oppositiepartijen en de STAR.
  • Net als bij de huidige volksverzekeringen en werknemersverzekeringen, komt er een ontheffing van de verzekeringsplicht voor gemoedsbezwaren.
  • De Stichting hecht aan de betaalbaarheid van deze verzekering. Door het toevoegen van keuzemogelijkheden kan gekozen worden voor verschillende premiehoogtes. De Stichting realiseert zich dat een verzekering nooit gratis is en voor sommige groepen zelfstandigen lastig op te brengen is. In het voorstel worden hierbij enkele overwegingen en suggesties voor gedaan.
  • Dit voorstel moet gezien worden als een onderdeel binnen de bredere vraagstukken op de arbeidsmarkt. Vraagstukken over de kwetsbaarheid, de fiscale positie en de marktmacht van sommige groepen zelfstandigen, kunnen niet met dit voorstel worden opgelost.
De opvallende gelijkenis met de WAZ

De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) was tussen 1998 en 1 augustus 2004 een verplichte Nederlandse verzekering die ondernemers het recht op een uitkering op het niveau van (maximaal) 70% van het minimumloon gaf als een zelfstandige of ondernemer arbeidsongeschikt werd.

De WAZ leek sterk op de WAO voor werknemers. De Belastingdienst inde de premies jaarlijks via de belastingaanslag. De premie bedroeg voor 2003 8,8% van het belastbaar inkomen met een maximum van € 2.196. De uitkering werd verstrekt door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). De hoogte van de uitkering hing af van:

  • de mate waarin een persoon arbeidsongeschikt was;
  • de uitkeringsgrondslag.

De grondslag werd bepaald door het inkomen in het jaar voorafgaand aan dat waarin de persoon arbeidsongeschikt werd.

Bij een maximale arbeidsongeschiktheid (vanaf 80%) bedroeg de maximale uitkering 70% van € 58,15 per dag (2003/2004) ofwel circa € 14.500 per jaar.

Sinds de afschaffing per 1 augustus 2004 (Kamerstukken II 2003/04, 29.497) kunnen ondernemers die een arbeidsongeschiktheidsverzekering willen terecht bij particuliere verzekeraars. Maar die zijn duur, dus het gros van de zzp’ers verzekert zich (ook thans) niet. Bovendien kunnen verzekeraars ondernemers weigeren wanneer zij het risico te groot achten.

Afschaffing van de WAZ nader bezien

Aan de afschaffing van de WAZ lag een nadere beschouwing van de noodzaak en wenselijkheid van deze verplichte publieke verzekering ten grondslag.

In een aantal Europese landen werden (en worden) verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen niet tot de verantwoordelijkheid van de overheid gerekend. Dit hangt ermee samen dat het arbeidsongeschiktheidsrisico voor zelfstandigen op zich goed privaat verzekerbaar is. Zelfstandigen kiezen zelf uitdrukkelijk voor het zelfstandige ondernemerschap, met de daarbij behorende kansen en risico’s. Een publieke inkomensdervingsverzekering wegens arbeidsongeschiktheid ligt dan niet voor de hand. Daar waar tijdens de invoering van de zogenoemde Pemba-wetgeving (Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) in 1998 nog voorrang is gegeven aan het publiek regelen van de polisvoorwaarden voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, overheerste bij de afschaffing van de WAZ de gedachte dat overheidsbemoeienis alleen dan gewenst is, als een bepaalde activiteit privaat niet goed verricht kan worden. Wanneer de private verzekeringsmarkt op zich in staat is om die diensten en producten te leveren waaraan zelfstandigen behoefte hebben, dient daar het primaat te liggen. Tegen die achtergrond is de WAZ afgeschaft. Met de afschaffing van de WAZ liet de overheid het arbeidsongeschiktheidsrisico van zelfstandigen over aan de private markt.

Uit een onderzoek onder zelfstandigen bleek bovendien dat het gros van deze beroepsgroep geen behoefte had aan een publieke solidariteitsverzekering als de WAZ. De inkomenssolidariteit werd als te groot ervaren en de premie als te hoog. Bij de afschaffing van de WAZ was in de vorm van private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen een adequaat alternatief voor publieke verzekering voorhanden. Afschaffing bood meer keuzevrijheid, inclusief de mogelijkheid om geen verzekering af te sluiten.

Gaat het nu wel lukken?

De vraag is of het voorstel van de Stichting uiteindelijk in wetgeving zal worden omgezet. Veel van de hiervoor over de WAZ genoemde argumenten gelden ook nu nog steeds. Veel zzp’ers – en zeker die met een klein inkomen – willen geen verplichte verzekering, want dat kost geld. Daar komt bij dat fiscale ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek de komende jaren worden verlaagd. En ook dat raakt de portemonnee van de zzp’ers. Voorts is het nog de vraag waarom zzp’ers nu wel solidair met elkaar willen zijn. En ten slotte zal het kabinet-Rutte III deze ingreep niet meer aandurven. In maart 2021 zijn er immers al weer nieuwe Tweede Kamerverkiezingen en er is geen partij die ruim 1 miljoen kiezers tegen zich in het harnas zal willen jagen. De beslissing om het voorstel in een wet te gieten zal daarom sowieso worden doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. En mocht het uiteindelijk toch lukken om het voorstel in een wet te gieten, dan zal moeten blijken hoe houdbaar de ‘solidariteitsgedachte’ zal zijn. Ik kan me in ieder geval nog goed herinneren dat veel zelfstandigen in 2004 heel blij waren dat ze naast hun gewone belasting en premies niet langer ook nog WAZ-premies hoefden te betalen. En dat snap ik enerzijds ook best wel. Maar anderzijds hoort daarbij dan wel de opmerking dat de zzp’ers die uiteindelijk met de gebakken peren komen te zitten, niet moeten gaan klagen dat het allemaal zo onrechtvaardig is. Dat is bekrompen individualisme. Ik woon graag in een land waarin mensen goed voor elkaar zorgen en waarbij de sterke schouders gewoon de zwaarste lasten dragen.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2020/7
Judoreg
NFB3096
Publicatiedatum
11 maart 2020

X