Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Bij de huidige Wet DBA waren de verwachtingen hooggespannen. Toch ging het gierend mis. Daarom is, behalve bij kwaadwillenden, de handhaving opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2020. Veel zzp’ers en hun opdrachtgevers zitten hierdoor op dit moment nog steeds in onzekerheid. De vraag of er al dan niet sprake is van een dienstbetrekking werkt verlammend bij het verlenen van opdrachten aan zzp’ers.


Minister Wouter Koolmees van SZW heeft de Tweede Kamer op 9 februari 2018 een zogenoemde ‘Roadmap vervanging DBA’ toegezonden. Daarin staat veel, maar valt ook tussen de regels door te lezen dat het kabinet:



  1. nog geen idee heeft welke kant het op moet gaan;

  2. een veel te ambitieus tijdpad schetst; en

  3. dat er over een goed werkende regeling een grote verdeeldheid bestaat tussen de betrokken partijen.


Bijna een jaar later, op 15 januari 2019, heeft Koolmees de Tweede Kamer op de hoogte gesteld van de voortgang en de stand van zaken. De vraag blijft nog steeds of het dit kabinet nog gaat lukken met echte oplossingen te komen. In maart 2021 zijn er immers al weer verkiezingen op komst. Koolmees is optimistisch, maar er zijn nog heel veel beren op de weg. Felix Peppelenbosch maakt de tussenstand op en concludeert dat zzp’ers en hun opdrachtgevers nog lange tijd tussen hoop en vrees zullen moeten leven. Er zijn namelijk 4 onzekerheden aan te wijzen met betrekking tot de vraag of het Rutte III gaat lukken om een goed werkende regeling in te voeren. 

De te nemen maatregelen

In het kort gaat het om de volgende vier maatregelen:

  1. Opdrachtgeversverklaring.Via een webmodule kunnen opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring verkrijgen als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarmee wordt beoogd dat ze helderheid krijgen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. De uitwerking van de webmodule ligt op schema en de verwachting is dat deze eind 2019 gereed is.
  2. Verduidelijking gezag. Zoals afgesproken in het regeerakkoord wordt verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Daarmee krijgen opdrachtgevers een handvat om zelf te beoordelen of er sprake zou moeten zijn van een dienstbetrekking. Conform de motie Wiersma/Van Weyenberg1 wordt dit versneld ingevoerd en wordt het gezagscriterium verduidelijkt per 1 januari 2019.
  3. Arbeidsovereenkomst bij laag tarief (ALT). Het is de bedoeling dat het straks niet meer mogelijk is om langdurig zelfstandigen in te huren tegen een laag tarief. Hiermee wordt beoogd aan de onderkant van de arbeidsmarkt schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan.
  4. Opt-out. Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er voor zelfstandig ondernemers onder voorwaarden een opt-out van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Dit biedt opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers extra zekerheid. De ALT en opt-out worden momenteel verder uitgewerkt en zullen samen in wetgeving worden vormgegeven.
Ad 1. Opdrachtgeversverklaring

De huidige wetgeving geeft opdrachtgevers en hun opdrachtnemers, waaronder zzp’ers, onvoldoende duidelijkheid in welke gevallen er volgens de wet geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarom werkt het kabinet aan een webmodule waarmee vooraf wordt bepaald of er geen sprake is van een dienstbetrekking (‘buiten dienstbetrekking’). In dat geval geeft de webmodule een zogeheten opdrachtgeversverklaring. Deze opdrachtgeversverklaring geeft de opdrachtgever vooraf zekerheid dat geen loonheffing hoeft te worden ingehouden en geen premies werknemersverzekeringen hoeven te worden betaald. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en er in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt. Als de webmodule niet de conclusie ‘buiten dienstbetrekking’ kan trekken, wordt geen opdrachtgeversverklaring afgegeven.

Opdrachtgevers kunnen daarnaast nog steeds gebruikmaken van het vooroverleg met de Belastingdienst. De uitwerking van de webmodule ligt volgens Koolmees op schema en de verwachting is dat deze eind 2019 gereed is.

Stand van zaken

Bij de webmodule moet een balans worden gevonden tussen het aantal vragen (administratieve lasten), de aanvaardbare foutenmarge en het aanvaardbare aantal gevallen waarin de webmodule niet tot een uitkomst kan komen en om die reden geen opdrachtgeversverklaring afgeeft. Het kabinet onderzoekt daarom of en hoe met een webmodule in voldoende mate een optimum in randvoorwaarden kan worden gevonden. Er is een vragenlijst ontwikkeld waarin zoveel mogelijk relevante vragen voor de beoordeling van de arbeidsrelatie worden gesteld. Deze vragenlijst is gebaseerd op de huidige jurisprudentie. De vragenlijst is getest op begrijpelijkheid voor degenen die deze gaan invullen (opdrachtgevers).

Vervolg

De komende maanden worden gebruikt om deze uitgebreide vragenlijst uit te werken tot een hanteerbare beslisboom, om te bezien of daarmee ook binnen de hiervoor genoemde balans tot een goed afgewogen oordeel kan worden gekomen. Voor de zomer van 2019 wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de voortgang en of en hoe met de webmodule een optimum is gevonden tussen de randvoorwaarden. Onzekerheid 1!

Ad 2. Verduidelijking van gezag

Een van de grote knelpunten die wordt ervaren bij het beoordelen of er ‘buiten dienstbetrekking’ wordt gewerkt is het gezagscriterium. Er leeft dan ook een brede wens om op korte termijn het gezagscriterium te verduidelijken, al voordat de webmodule gereed is. Veel zelfstandigen en opdrachtgevers geven aan dat de huidige regelgeving op dit punt onduidelijk is.

Stand van zaken

Om het gezagscriterium te verduidelijken, is een aantal wetenschappers gevraagd hierover een position paper te schrijven. Uit deze papers blijkt dat het verduidelijken van gezag geen eenvoudige opgave is. Vele elementen spelen een rol. Veelal zijn de elementen op zichzelf niet onduidelijk. Echter, bij de holistische benadering (zoals deze door de rechter wordt gehanteerd) moeten alle feiten en omstandigheden van het individuele geval in onderlinge samenhang worden gewogen. Hierdoor zijn algemene regels moeilijk te geven. Wel is het mogelijk, door met indicaties voor gezag, contra-indicaties voor gezag en voorbeelden te werken, het gezagscriterium te verduidelijken. Deze verduidelijking van het gezagscriterium zal worden opgenomen in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst. Daarmee krijgen opdrachtgevers en -nemers meer handvatten om zelf te beoordelen of er sprake is van een gezagsrelatie.

Vervolg

Er wordt een uitgebreide toelichting in de vorm van een bijlage toegevoegd aan dit Handboek (dat de status heeft van een beleidsbesluit). Daarnaast heeft het kabinet een adviescommissie ingesteld om onderzoek te doen naar en advies te geven over de fundamentele vragen met betrekking tot de toekomst van de regulering van werk. Deze commissie is ook gevraagd of, en zo ja hoe, het gezagscriterium moet worden herijkt en verduidelijkt. Hoe lang dat allemaal gaat duren is op dit moment nog niet bekend. Onzekerheid 2!

Ad 3. De Arbeidsovereenkomst bij laag tarief (ALT)

Het kabinet wil aan de onderkant van de arbeidsmarkt schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. In het regeerakkoord is daarom afgesproken om meer bescherming te bieden aan zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt die onder een bepaald tarief werken. De criteria voor de afbakening zijn een laag tarief in combinatie met een lange duur (meer dan drie maanden) of een laag tarief in combinatie met reguliere bedrijfsactiviteiten.

Stand van zaken

In de brief van 22 juni 2018 heeft het kabinet twee sporen aangekondigd. Ten eerste om nader te bestuderen hoe de maatregel zich verhoudt tot het EU-recht. Hierover zijn informele ambtelijke gesprekken gevoerd met de Europese Commissie. Op basis van eigen analyse van alle informatie komt het kabinet tot de conclusie dat het risico substantieel is dat de ALT-maatregel strijdig is het met EU-recht. Met name de omzetting van de overeenkomst van opdracht van de zelfstandige die onder de ALT valt naar een arbeidsovereenkomst levert spanning op, omdat dit waarschijnlijk inbreuk maakt op de vrijheid van vestiging (artikel 49 VWEU) en de vrijheid van dienstverrichting (artikel 56 VWEU) van zelfstandigen. Om deze reden zal het kabinet, naast de uitwerking van de ALT, ook alternatieve routes verkennen.

Vervolg

De maatregelen om zelfstandigen aan de onderkant meer bescherming te bieden, worden de komende tijd nader uitgewerkt en in wetgeving vormgegeven. Beoogd wordt de wetgeving voor de onder- en bovenkantmaatregelen in de eerste helft van 2019 uit te zetten voor internetconsultatie. In dat geval zal deze mogelijk per 1 januari 2021 in werking kunnen treden. Onzekerheid 3!

Ad 4. Opt-out

Voor de bovenkant van de arbeidsmarkt wordt beoogd meer zekerheid te geven aan zelfstandig ondernemers die bewust kiezen voor ondernemerschap. In het regeerakkoord is daarom een opt-out voor de loonheffing en de premies werknemersverzekeringen voorgesteld voor zelfstandigen die werken tegen een hoog uurtarief. Opdrachtgevers krijgen daarmee zekerheid dat ze achteraf niet worden geconfronteerd met naheffingen.

Stand van zaken

In de brief van 22 juni 2018 is aan de Tweede Kamer aangegeven dat het kabinet zal onderzoeken op welke manier de groep zelfstandig ondernemers wordt afgebakend voor wie de opt-out van toepassing is en dat bij de nadere uitwerking ook gekeken wordt naar de gevolgen voor de rechten op werknemersverzekeringen. De opt-out is bedoeld voor opdrachtnemers, die samen met hun opdrachtgever schriftelijk moeten verklaren er gebruik van te willen maken. Als er toch sprake blijkt te zijn van een arbeidsovereenkomst heeft de werkende achteraf geen recht op werknemersverzekeringen en is er sprake van een verlicht arbeidsrechtelijk regime.

Vervolg

Bovenstaande uitwerking zal gezamenlijk met de uitwerking van de onderkantmaatregel in wetgeving worden omgezet, maar wanneer dat zal gaan gebeuren is nog zeer de vraag. Onzekerheid 4!

Conclusie: kabinet stelt de zaken veel te rooskleurig voor

Het bovenstaande geeft mijns inziens duidelijk aan dat het door Koolmees geschetste tijdpad eigenlijk gewoon te ambitieus is, gezien de complexe regelgeving en de diverse meningen over de gewenste oplossingsrichtingen. Bovendien moeten de Europese Commissie, de Tweede en de Eerste Kamer straks ook nog hun zegje doen. Eigenlijk wordt thans dezelfde weg afgelegd als bij de totstandkoming van de huidige Wet DBA, die faliekant is mislukt. En dan is het logisch dat ook in dit traject veel dingen mis zullen gaan. Het indienen van voorstellen met goed werkende maatregelen lijkt dan ook verder weg dan ooit. Ik heb eerder al voorspeld dat het Rutte III niet gaat lukken om een goede opvolger van de Wet DBA tot stand te brengen. Alle voortekenen wijzen erop.

Doet hoop leven of wordt het leven tussen hoop en vrees voor de ruim 1,2 miljoen zzp’ers die ons land telt? Naar mijn idee is dit laatste het geval. Misschien was de VAR uiteindelijk zo slecht nog niet.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/3
Judoreg
NFB2226
Publicatiedatum
24 januari 2019

X