Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(64)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(2)

X (belanghebbende) heeft een dwangbevel ontvangen waarbij dwangbevelkosten in rekening zijn gebracht. De Ontvanger heeft het tegen de dwangbevelkosten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Op een later tijdstip heeft de Ontvanger X meegedeeld dat het bezwaar had moeten worden toegewezen en dat de dwangbevelkosten worden verwijderd.

Rechtbank Den Haag heeft het tegen de uitspraak van de Ontvanger ingestelde beroep op de voet van artikel 8:54 Awb niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

X heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard. In die uitspraak heeft de Rechtbank verder geoordeeld dat het bestuursorgaan, gelet op artikel 8:41, lid 7, Awb, niet is gehouden om het griffierecht aan X te vergoeden omdat zij, nadat de Ontvanger geheel aan haar bezwaar was tegemoetgekomen, het beroepschrift niet heeft ingetrokken.

In cassatie betoogt X dat de Rechtbank de Ontvanger ten onrechte niet heeft gelast om het griffierecht te vergoeden. Deze klacht slaagt.

In gevallen waarin de rechter een rechtsmiddel niet-ontvankelijk verklaart omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren van de belanghebbende is tegemoetgekomen, behoort de rechter op de voet van artikel 8:74, lid 2, Awb vergoeding van griffierecht te gelasten en dient hij als hoofdregel het bestuursorgaan te veroordelen in de proceskosten die op de voet van artikel 8:75 Awb voor vergoeding in aanmerking komen. Dat geldt ook in een geval als het onderhavige, waarin het bestuursorgaan de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar handhaaft, maar niettemin tegemoetkomt aan de bezwaren die de belanghebbende in de bezwaarfase heeft aangevoerd.

De Hoge Raad doet de zaak af. De Ontvanger moet aan X € 47 griffierecht vergoeden.

Het in cassatie gedane verzoek om vergoeding van de verletkosten die de gemachtigde van X voor het geding voor de Rechtbank heeft gemaakt, wordt afgewezen omdat X daarop bij de Rechtbank geen aanspraak heeft gemaakt.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2015
Instantie
HR
Datum instantie
29 april 2022
Rolnummer
21/00322
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:660
Auteur(s)
Michiel Hennevelt
Hof Arnhem-Leeuwarden
NLF-nummer
NLF 2022/0882
Aflevering
5 mei 2022
Judoreg
NFB4991
bwbr0005537&artikel=8:41,bwbr0005537&artikel=8:41,bwbr0005537&artikel=8:74,bwbr0005537&artikel=8:74

X