Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Politieke column

Torenhoge (energie)prijzen verslechteren in rap tempo de koopkracht. Het kabinet heeft eerder dit jaar al compenserende maatregelen getroffen, zoals een toeslagregeling voor lagere inkomens, een accijnsverlaging op brandstoffen en een verlaging van de btw op energie van 21% naar 9%. Maar het blijkt niet genoeg, want veel huishoudens krijgen de eindjes niet meer aan elkaar geknoopt. Om die reden komt het kabinet op Prinsjesdag met aanvullende maatregelen om de koopkracht te stutten. Een verlenging van het hiervoor genoemde pakket lijkt logisch, hoewel zeker de fiscale compensatie tamelijk ongericht is.

Naar verluidt, wordt – net als tijdens de coronacrisis – het percentage van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) tijdelijk verhoogd, zodat werkgevers een fiscale stimulans krijgen om hun werknemers een onbelaste vergoeding te verstrekken. Het valt op dat de WKR een instrument van inkomenspolitiek is geworden en weinig meer te maken heeft met gemaakte onkosten. Maar eerlijk is eerlijk, de WKR werkt prima om een bedrag van werkgevers bij werknemers te krijgen zonder dat het doorwerkt naar inkomensafhankelijke regelingen of werkgeverslasten (wel is het opletten voor de 80%-eindheffing).

Naast toeslagen en subsidieregelingen biedt het fiscale instrumentarium een uitgebreid arsenaal aan medicamenten om de koopkrachtpijn specifiek per inkomensgroep te bestrijden. Voor lagere inkomens, voor werkenden, voor werkende ouders en voor ouderen zijn er zeer gerichte inkomensafhankelijke kortingen. Deze maken het belastingsysteem best ingewikkeld en ik ben er om die reden ook niet zo positief over. Desondanks zijn het in de huidige koopkrachtcrisis wel prettige opties om beschikbaar te hebben. 

Weliswaar wordt bij lage inkomensgroepen gewezen op het zogenoemde verzilveringsprobleem – een hogere korting leidt dan niet tot een voordeel, omdat er geen belasting meer is verschuldigd – maar dat is op te lossen door deze fiscale faciliteiten deels uitkeerbaar te maken. Daarvoor is al een precedent met de algemene heffingskorting van partners en de tegemoetkoming specifieke zorgkostenaftrek. De politieke (on)wil zit nog wel eens oplossingen in de weg, waarbij de technische onuitvoerbaarheid juist als bliksemafleider wordt ingezet. 

Na fiscale bonje voor het zomerreces (zie NLF-P 2022/26) heeft minister Hoekstra (CDA) van Buitenlandse Zaken de boel vorige week verder op scherp gezet door te knabbelen aan afgesproken stikstofdoelen. De oud-minister van Financiën pleitte ook voor een omvangrijk koopkrachtpakket, waarmee hij de huidige minister Kaag (D66) van Financiën lomp voor de voeten liep. Die rekening betaalt het CDA. Zo gaat de inkomensafhankelijke combinatiekorting (nadelig voor kostwinners) op voorspraak van D66 waarschijnlijk weer omhoog, terwijl het CDA eerder uitfasering wist te regelen. Zo werkt dat.

Volgens het kabinet kunnen de belastingkortingen in de inkomstenbelasting lopende 2022 niet meer omhoog. Dat geharnaste standpunt is maar deels waar. De inkomstenbelasting kent een tijdvak van één jaar. Gedurende dat jaar een wijziging aanbrengen, is een complexe operatie. Voorlopige aanslagen kloppen niet meer en meer belastingplichtigen moeten uiteindelijk (aangepaste) aangifte doen. Ook is er vrees voor een toestroom van bellers naar de BelastingTelefoon, want de ervaring leert dat elke wijziging vragen oproept. Niets wijzigen, is dan de veiligste optie. 

Toch ligt een wijziging van de inkomstenbelasting gedurende 2022 niet direct op het bord van de Belastingdienst. Het zijn vooral de inhoudingsplichtigen – werkgevers en uitkeringsinstanties – die een aangepaste loonbelastingtabel moeten toepassen. Deze wijziging doet de Belastingdienst nauwelijks pijn. Sterker, wie op jaarbasis meer dan tien werknemers in dienst heeft, moet gedwongen aangifte doen via commerciële software. Deze commerciële partijen hebben vorig jaar laten zien dat ze gedurende het jaar een aanpassing in de loonbelastingtabel kunnen verwerken, mits het tijdig wordt ingeregeld. In het voorjaar klonk in het parlement al de oproep voor maatregelen. Dat was het moment om actie te ondernemen voor verhoging van kortingen. Prinsjesdag is daarvoor echt te laat.

Metadata

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Michiel Spanjers
Columnist
NLF-nummer
NLF-P 2022/29
Publicatiedatum
30 augustus 2022

Naar de bovenkant van de pagina