Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(17)
  • Jurisprudentie(336)
  • Commentaar NLFiscaal(8)
  • Literatuur(27)
  • Recent(9)
  • Soft Law(10)

X (belanghebbende) heeft in 2011 zonnepanelen geplaatst. Aan X is in 2011 ter zake van de aanschaf van een HRe-ketel € 1.837,87 btw in rekening gebracht. De HRe-ketel heeft ook een stroomopwekkingsfunctie. Ter zake van de levering van de overtollige elektriciteit aan het net kwalificeert X als btw-ondernemer.

In geschil is voor welk bedrag X recht heeft op aftrek van voorbelasting ten aanzien van de HRe-ketel. Het geschil betreft de wijze waarop de evenredigheid van het werkelijke gebruik van de HRe-ketel moet worden bepaald of benaderd.

Anders dan X bepleit, is Hof Arnhem-Leeuwarden van oordeel dat de HRe-ketel kwalificeert als één en ondeelbaar.

Voor het vaststellen van het werkelijke gebruik is een output-benadering (op basis van de ontstane producten) volgens het Hof de meest gerede methode. Het werkelijke gebruik kan voorts het beste benaderd worden aan de hand van de vergoedingen voor belaste en niet-belaste handelingen. Alsdan moet worden vastgesteld welke vergoedingen te koppelen zijn aan de productie van warmte en elektriciteit. Het Hof is van oordeel dat voor de productie van de elektriciteit moet worden aangesloten bij de prijs die X ontvangt voor het leveren van de elektriciteit aan het net en dat voor de warmte dient te worden aangesloten bij de waarde die deze warmte heeft voor de eindgebruiker, de consument. Tussen partijen is niet meer in geschil dat alsdan een aanvullende teruggaaf moet worden verleend van € 50, waarmee de totale teruggaaf uitkomt op € 464. Het hoger beroep van X is gegrond.

 

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2011
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
31 mei 2022
Rolnummer
20/01088
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:4332
NLF-nummer
NLF 2022/1158
Aflevering
16 juni 2022
bwbr0002629&artikel=15,bwbr0002629&artikel=15

X