Direct naar content gaan

Gerelateerde content

  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(14)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(3)

Samenvatting

Een naar Duits recht opgerichte en in Duitsland gevestigde publiekrechtelijke rechtspersoon (Sparkasse), belegt door middel van X (belanghebbende), een beleggingsfonds naar Duits recht, in aandelen in Nederlandse vennootschappen. X heeft de Inspecteur – met een beroep op artikel 63 VWEU (vrij kapitaalverkeer) – verzocht om teruggave van te haren laste ingehouden Nederlandse dividendbelasting. De Inspecteur heeft de teruggaafverzoeken afgewezen.

Hof Den Bosch verwerpt in deze procedure enkele formele grieven van de Inspecteur en oordeelt:

  • dat X naar Nederlandse maatstaven als transparant moet worden beschouwd, zodat zij geen zelfstandig recht op teruggaaf van dividendbelasting heeft;
  • dat de teruggaafverzoeken mede geacht worden te zijn gedaan namens de publiekrechtelijke rechtspersoon;
  • dat die rechtspersoon zich met succes beroept op de Nederlandse belastingregeling voor het overheidsbedrijf;
  • dat onduidelijk is of de stelling van de Inspecteur, inhoudende dat honorering van het verzoek van die rechtspersoon leidt tot de verlening van onrechtmatige staatssteun (artikel 108, lid 3, VWEU), slaagt.

 

Als gevolg van genoemde onduidelijkheid besluit het Hof om de volgende prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie (HvJ):

  • Is de uitbreiding van de reikwijdte van een bestaande steunregeling ingevolge een succesvol beroep van een belastingplichtige op het recht op vrij kapitaalverkeer van artikel artikel 63 VWEU een als wijziging in bestaande steun op te vatten nieuwe steunmaatregel?
  • Zo ja, verzet de taakuitoefening van de nationale rechter ingevolge artikel 108, lid 3, VWEU zich ertegen dat de belastingplichtige een belastingvoordeel wordt verleend waarop die belastingplichtige ingevolge artikel 63 VWEU aanspraak maakt, dan wel dient een voorgenomen rechterlijke beslissing, houdende de verlening van dat voordeel, bij de Commissie te worden gemeld, dan wel dient de nationale rechter enige andere handeling te verrichten of maatregel te nemen, gezien de hem ingevolge artikel 108, lid 3, VWEU toebedeelde toezichthoudende taak?

 

De zaak wordt aangehouden.

Het Hof draagt de griffier op deze tussenuitspraak en de processen-verbaal van de zittingen te anonimiseren en slechts een geanonimiseerd afschrift van deze stukken aan het HvJ te zenden.

Feiten en omstandigheden

Een Duits publiekrechtelijk lichaam, Sparkasse, belegt via een Duits ‘open end’-beleggingsfonds in Nederlandse vennootschappen. De Nederlandse vennootschappen keren dividend uit aan het beleggingsfonds, waarop dividendbelasting wordt ingehouden. Het beleggingsfonds doet verzoeken tot teruggaaf van dividendbelasting (artikel 10 Wet DB 1965). Deze verzoeken worden door de Inspecteur geweigerd. Het beleggingsfonds gaat in beroep en stelt dat de weigering een inbreuk vormt op het vrije kapitaalverkeer (artikel 63 VWEU).

Transparantie

Metadata

Rubriek(en)
Europees belastingrecht
Dividendbelasting
Belastingtijdvak
2002-2008
Instantie
Hof Den Bosch
Datum instantie
12 oktober 2017
Rolnummer
14/00640 t/m 14/00645
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2017:4323
Auteur(s)
Jasper Korving
Deloitte / Maastricht University
NLF-nummer
NLF 2017/2477
Aflevering
26 oktober 2017
Judoreg
NFB857
entrynotfoundinindex

Naar de bovenkant van de pagina