Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer heeft op 28 maart 2019 met staatssecretaris Menno Snel van Financiën gedebatteerd over de aanpak van belastingontwijking.


De aftrap was voor Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) die als volgt begon: ‘Voorzitter, we weten allemaal dat de Tweede Kamer in 2013 deed alsof Nederland geen belastingparadijs is. Inmiddels weet iedereen dat Nederland wel een belastingparadijs is. Twee derde van het Europees Parlement geeft dat ook aan. Dat is ook niet zo gek, gezien het nieuws van de afgelopen maanden en jaren. Shell ontwijkt de winstbelasting in Nederland, Brussel start onderzoeken naar de belastingdeals met Nike en IKEA, Nederlandse banken zijn de schakel in een Russische miljardenfraude, concerns ontlopen via Nederland belastingen ter hoogte van 22 miljard en farmaceutische bedrijven en dergelijke komen allemaal langs in Kamervragen aan de staatssecretaris. En iedere keer doet hij alsof zijn neus bloedt, of geeft hij weer een opsomming van hoeveel hij wel niet doet. Ik heb vandaag weer een mooi filmpje van hem gezien waarin hij online tettert over wat hij allemaal doet. Al die dingen zijn overigens allemaal internationaal afgedwongen.’


Snel zit echter op een heel andere lijn. Felix Peppelenbosch legt uit hoe het zit.

Aanpak van belastingontwijking

Het doel van de aanpak van Snel is dat het Nederlandse belastingstelsel niet meer wordt gebruikt voor structuren om in Nederland of andere landen belasting te ontwijken. Dat is op zich een hele goede en stevige uitspraak. Maar dan moet wel duidelijk zijn hoe dat moet gebeuren, of dat effectief is en hoe Nederland van zijn slechte imago afkomt. Daar draaide het debat over belastingontwijking in de kern om.

Amendement Paul Tang: Nederland op zwarte lijst

Uiteraard stelde de Kamer vragen over wat er op 26 en 27 maart 2019 in de kranten stond over het door het Europees Parlement aangenomen amendement van Europarlementariër Paul Tang (PvdA) dat Nederland een belastingparadijs is.

Het antwoord van Snel was ‘nee, en dat zal zo blijven’. En daar heeft Snel gelijk in.

Er waren diverse kranten die zelfs al berichtten dat Nederland nu officieel op een zwarte lijst van de EU staat. Dat is fout. Wat heeft het Europees Parlement nu precies gedaan? Zij zeiden kennis te hebben van een rapport. Dat is het Oxfam-rapport. Daarin wordt Nederland wel degelijk neergezet als een land dat te weinig doet aan agressieve structuren. De schrijver van dat rapport vindt dus eigenlijk dat Nederland een belastingparadijs is. Het Europees Parlement vraagt dan: Beste Commissie, vindt u dat eigenlijk ook niet? Vervolgens roept het de Commissie op om Nederland op een zwarte lijst te zetten. Die lijst wordt vastgesteld door de EU-Gedragscodegroep, waar de Commissie overigens niet over gaat, maar goed. Even los van al deze merkwaardige afslagen in het beloop van deze revolutie, is het zo dat kijkend naar de criteria van de EU-Gedragscodegroep en de criteria die Nederland zelf hanteert rondom belastingparadijzen of transparantie, iedereen, inclusief de Commissie, het er meteen over eens is dat Nederland niet op die lijst thuishoort. Eurocommissaris Moscovici heeft dat ook meteen laten weten. Hij was het ook eens met de oproep om niet eindeloos te blijven hangen op dit onderwerp. Dat gold ook voor de suggestie alsof Nederland al op een lijst zou staan. Dat is dus helemaal niet zo en dat zal ook niet gaan gebeuren. Volgens Snel behoort Nederland echt niet meer tot degenen die achteroplopen. Snel:

‘Ik heb het MLI voorbeeld ook maar weer eens gebruikt. Wij zijn op dit moment in de OESO, maar ook in Europa, een van degenen die vooroplopen en actionable proberen na te denken over de manier waarop we belastingontwijking kunnen aanpakken. Dus het is zoals het is. Dit amendement is aangenomen, maar de vertaling daarvan in diverse media en in de hoofden van mensen is echt op verschillende niveaus verkeerd. Dat wilde ik hier maar even hebben uitgesproken. Over de vraag of Nederland een belastingparadijs is, hebben we verschillende keren met de Kamer gesproken. We hebben de definities bepaald waaruit volgens ons blijkt wat een belastingparadijs is. We hebben keer op keer verteld dat daar allerlei criteria voor zijn en dat wij daar gewoon niet aan voldoen. Ik vind het dus niet, en ik ben blij dat de Kamer dat ook niet vindt. Ik ben ook blij dat de Commissie dat niet vindt. Ik ben ook blij dat de OESO dat niet vindt. Dit om even het misverstand weg te nemen dat daar een discussie over zou zijn.’ Aanpak Nederland doorstroomland

De tweede boodschap die Snel voor de Kamer had, is dat Nederland op dit moment hard bezig is met het aanpakken van al die bedrijven die aan belastingontwijking doen. Overigens is dit al enige jaren zo, maar misschien doen we dit volgens de staatssecretaris nu nog wat harder dan daarvoor. De in te voeren bronbelasting voor laagbelastende jurisdicties is volgens Snel een hele belangrijke maatregel om belastingontwijking tegen te gaan. Binnenkort start daarvoor het wetgevingsproces. Die belasting moet in 2021 gaan gelden. Zij is niet zozeer gericht op het belastingparadijsverhaal, maar vooral op het doorsluisverhaal. Hierbij wil Snel ook meteen één misverstand blijvend wegnemen. Volgens hem is in de Kamer nu al een keer of vier gezegd dat er meer dan 4.000 miljard euro door Nederland stroomt. Maar volgens Snel is dit een bewuste misvatting. Het gaat om de balansen. Die zijn niet in beweging; die staan stil. Het gaat om de stroom over de balans. Het gaat daarbij om een stroom van 200 miljard euro. Dat zijn de stromen. Die bestaan inderdaad voor een heel groot deel uit royalty’s. Bij de royalty’s die in één keer naar de belastingparadijzen gaan – die op basis van de eigen Nederlandse minimumlijst zijn vastgesteld – gaat het om een bedrag van 22 miljard euro. Snel verwacht dat Nederland met het invoeren van een bronbelasting hierbij echt een enorme klap gaat maken. Daarbij gaat het niet over de aantallen brievenbussen; het aantal is eigenlijk minder belangrijk dan de stromen die via die brievenbussen gaan. Waarom denkt Snel dat hij een enorme klap gaat maken? Omdat het zijn sterke vermoeden is dat er maar weinig bedrijven zijn die 20% – dat is de bronbelasting die zal worden gaan opgelegd – willen gaan betalen over hun royalty- en rentestroom.

Is een doorstroomland als Nederland een belastingparadijs?

Snel ging ook in op de volgende vraag van Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP): een doorstroomland is toch eigenlijk hetzelfde als een belastingparadijs?

Volgens Snel kun je daar lang met elkaar over blijven discussiëren, omdat er gewoon geen algemene definitie is. Er is geen wettelijke definitie aan de hand waarvan wordt vastgesteld wat wel of geen belastingparadijs is. Er zijn wel een aantal kenmerken van een traditioneel belastingparadijs te benoemen zoals een lage winstbelasting, die Nederland niet heeft. Het weinig uitwisselen van informatie. Nederland klikt volgens Snel alle boxen van het MLI aan en levert ook heel veel informatie aan onze partnerlanden. Een ander kenmerk is weinig transparantie. Op dit vlak loopt Nederland volgens Snel voorop met de herziening van de rulingpraktijk. Een ander kenmerk van een traditioneel belastingparadijs is dat er weinig substantiële activiteiten zijn. Snel:

‘Nou, dat is precies wat wij willen gaan meten, bijvoorbeeld als wij het bij de rulingpraktijk hebben over de economische nexus. Welke definitie je ook wilt gebruiken, helder is dat onze conclusie is dat Nederland niet zal voldoen aan die definitie. Maar wij weten wel dat de stromen door Nederland – 200 miljard – relatief groot zijn. Een deel daarvan vinden wij helemaal niet verkeerd; daar kunnen goede redenen voor zijn. Wij zijn een open economie. Maar bij al die stromen die in één keer eindigen in een belastingparadijs zetten wij vraagtekens, en die worden dus ook onze target. Bovendien ga ik met DNB in overleg over de vraag hoe we de stromen naar die verschillende landen verder kunnen gaan volgen.’ Samenwerking met Duitsland; minimumbelasting

Op woensdag 27 maart 2019 heeft Snel in Berlijn met de Duitse minister van Financiën Scholz de afspraak gemaakt om gezamenlijk op te trekken bij de gesprekken die in internationaal verband plaatsvinden over het invoeren van een minimumbelasting.

Een minimumbelasting helpt in de strijd tegen belastingontwijking. Nederland is zelf een van de eerste landen die hierin al stappen zet met een bronbelasting op rente en royalty’s per 2021. Maar om internationale belastingontwijking te voorkomen, is internationale samenwerking nodig. Want anders betaalt een bedrijf alsnog te weinig belasting, maar dan via een ander land. Het is volgens Snel in het belang van Nederland om hierover samen op te trekken, zodat de maatregelen wel goed uitvoerbaar zijn en duidelijk voor het bedrijfsleven. Per 2021 gaan bedrijven die gevestigd zijn in landen met een winstbelasting van minder dan 9% aan de Nederlandse fiscus een belasting van 20% betalen over de rente en royalty’s die zij uit Nederland ontvangen. Dat geldt ook voor bedrijven in landen op de Europese zwarte lijst. Hiermee moet worden voorkomen dat Nederland wordt gebruikt voor doorstroomactiviteiten naar belastingparadijzen. Het idee achter een minimumbelasting is dat je als landen gezamenlijk afspreekt tegenover welk minimumpercentage winst belast zou moeten worden. Betaalt een bedrijf in een land minder belasting dan dit minimum, dan kan een ander land als er betalingen vanuit dat land plaatsvinden aan dit bedrijf zelf belasting gaan heffen. Nederland wil samen met Duitsland en Frankrijk meewerken aan de verdere uitwerking hiervan.

Principal Purpose Test

Snel ging ook in op een vraag over de Principal Purpose Test (PPT). Het kabinet blijft dit aanpakken door in te zetten op een aanpassing van alle belastingverdragen door een PPT-test in te voeren opdat bij misbruik verdragsvoordelen voor bronlanden geweigerd kunnen worden. Want dat is dan eigenlijk wat Nederland doet. Dit gebeurt vooral door het MLI, Nederland kan dit dus in één klap met heel veel verdragspartners tegelijkertijd gaan regelen. Dat is volgens Snel een heel efficiënte manier om hiermee verder te gaan.

Wanneer ben je een goede belastingadviseur?

Als je de rekening voor je opdrachtgevers zo laag mogelijk houdt of als je ook met andere dingen rekening houdt? Het mag duidelijk zijn wat Snel vindt; je bent niet de beste adviseur als je voor je klant de laagste rekening oplevert. Een lage rekening kan wel degelijk een onderdeel zijn, maar er is ook een soort moraliteit waar je naar kan kijken. Snel probeert van zijn kant belastingadviseurs voor te houden dat ze ook een andere rol kunnen hebben. Hij weet dat er ook binnen de belastingadviespraktijk gelukkig een stevige discussie wordt gevoerd. Een aantal kantoren heeft al aangegeven dat een aantal grensverkennende structuren door hen in ieder geval niet meer wordt gebruikt. Dat is heel prettig, maar het mag volgens Snel nog wel wat meer worden.

Conclusie

De directeur van het CPB, Laura van Geest, zei op 24 januari 2019:

‘We staan in de top drie van landen met een grote kans om een doorsluisland te zijn.’

En met een doorsluisland weet je ook ongeveer zeker dat het gaat om agressieve belastingplanning. De vraag blijft dan ook of de maatregelen die Snel heeft aangekondigd echt zullen gaan helpen of dat deze enkel dienen voor het opschonen van de reputatie van Nederland en dat de deur wagenwijd open blijft staan voor belastingontwijking. Daar zou eigenlijk toch wel een serieus antwoord op moeten komen, want ondanks alle mooie woorden en plannen van Snel (D66) draaien zijn fractie en de coalitiepartners van VVD, CDA en CU zorgvuldig om de hete brei heen. Volgens het CPB gaat 60% van de royalty’s die via Nederland lopen, direct naar belastingparadijs Bermuda. Uitgaande rentes worden minder doorgesluisd naar belastingparadijzen: ongeveer 20%. Daarnaast stroomt zo’n 25% van de uitgaande rentes naar andere doorsluislanden, zoals Ierland, Luxemburg en Zwitserland. Daarbij komen veel dividenden uit deze landen naar Nederland. De voorwaardelijke bronbelasting, die in 2021 zal ingaan, houdt de financiële stromen van en naar andere doorsluislanden zonder vergaande internationale samenwerking niet tegen. De reden hiervoor is dat deze bronbelasting slechts van toepassing is op landen met een statutair tarief van de winstbelasting van 9% of minder. Daar vallen Ierland, Luxemburg en Zwitserland niet onder. Om ook deze landen onder de bronbelasting te laten vallen is een ruimere toepassing nodig. Dit kan met een voorwaardelijke bronbelasting waarbij gekeken wordt naar de belasting die in de praktijk betaald wordt in het directe bestemmingsland. Voor een effectieve bestrijding van belastingontwijking blijft internationale coördinatie van belastingwetgeving noodzakelijk, omdat Nederland maar één schakel is in een complexe, financiële keten. Al met al lijken de aangekondigde maatregelen tegen belastingontwijking meer fictie dan feit te zijn. Snel gaf dit tijdens het overleg ook min of meer toe: ‘ik ben mij ervan zeer bewust dat, als wij loopholes dichten, de adviespraktijk probeert andere loopholes te vinden.’

Rubriek(en)
Internationaal belastingrecht
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/18
Judoreg
NFB2399
Publicatiedatum
11 april 2019

X