Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(5)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(19)
  • Jurisprudentie(315)
  • Commentaar NLFiscaal(24)
  • Literatuur(56)
  • Recent(64)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

Na oeverloze discussies en ellenlange onderhandelingen is het huidige kabinet uiteindelijk tot stand gekomen. Voor een fiscalist als Gerard Staats is het dan altijd bijzonder spannend om te zien wat de plannen met betrekking tot de fiscaliteit zijn. Zijn bijzondere interesse ging hierbij natuurlijk uit naar de verdere ontwikkeling op het pensioenterrein, maar ook naar eventuele wijzigingen op het gebied van de eigen woning. Hierna gaat hij in op de wat hem betreft uiterst teleurstellende visie van het kabinet op de fiscale behandeling van de eigen woning.

In Nederland heeft ongeveer 70% van de bevolking een eigen woning. Vergeleken met andere landen zijn er in geen enkel land zo veel woningeigenaren die een hypotheek of lening hebben voor de eigen woning als in Nederland. In de meeste EU-landen is dit veel lager. In het algemeen zelfs half zo groot als in Nederland.1

Natuurlijk kennen we in Nederland, in tegenstelling tot vele andere landen, al decennialang de hypotheekrenteaftrek. Het is nog steeds normaal om aanzienlijke leningen te sluiten voor het kopen van een eigen woning. Haast alle eigenwoningbezitters maken dus gebruik van de hypotheekrenteaftrek. Maar ook hebben al deze belastingplichtigen te maken met de fiscale behandeling van de eigen woning in de inkomstenbelasting.

Het is goed om dit even goed te beseffen: 70% van de bevolking in Nederland heeft te maken met de fiscale behandeling van de eigen woning in de inkomstenbelasting. Het gaat dus niet om (met alle respect) artikel 8, lid 2, SW 1956, dat toch voor aanzienlijk minder belastingplichtigen van belang is. Je mag dus van een wetgever verwachten, gezien het feit dat zo veel belastingplichtigen er mee te maken hebben, dat de fiscale behandeling van de eigen woning helder en te begrijpen is. Nou, dat is niet het geval.

Maar liefst 12 pagina’s wettekst (19 artikelen) zijn gewijd aan de eigenwoningregeling. En daarnaast bestaat het overgangsrecht nog eens uit 12 pagina’s wettekst (15 artikelen). Het standaardwerk van Martijn van Mourik inzake de eigen woning in de Wet IB 2001 bestaat uit meer dan 600 pagina’s!2 En ik kan u dit boek adviseren.

Dit alleen al geeft de complexiteit aan de fiscale wetgeving inzake de eigen woning aan. En dus 70% van de Nederlanders wordt hiermee geconfronteerd. En, met alle respect voor al deze belastingplichtigen, de meesten begrijpen niets van deze regeling. Dit terwijl dit gaat over √©√©n van de grootste financi√ęle beslissingen en uitgaven die zij doen.

Vraag een doorsnee belastingplichtige naar de inhoud van de eigenwoningreserve, de echtscheidingsregeling, verhuisregeling, de eigenwoningschuld, de aflossingsstand, de bestaande eigenwoningschuld, verhuisregeling, Hillen-aftrek en hij/zij zal u aankijken alsof u van een andere planeet komt. En dan heb ik het alleen nog maar over de begrippen en niet over de toepassingen in de praktijk. De doorsnee belastingplichtige begrijpt niets van de fiscale behandeling van de eigen woning! En dat is niet te wijten aan deze mensen, maar aan de wetgever. De regelgeving inzake de eigen woning is verworden tot een ondoordringbaar oerwoud van regels dat nauwelijks en soms helemaal niet te begrijpen is en waar we naar mijn mening zo snel mogelijk van af moeten.

Goede advisering omtrent de financiering van de eigen woning is haast onmogelijk geworden. Het antwoord op de vraag tijdens een adviesgesprek of de rente op de hypotheek aftrekbaar is voor een belastingplichtige is standaard verworden tot: misschien. De adviseur weet het niet want hij moet afgaan op de input van de belastingplichtige klant en die klant weet het al helemaal niet. Enorme risico’s liggen op de loer.

Mijn hoop was gevestigd op het coalitieakkoord. Men had immers lang genoeg de tijd genomen om erover na te denken.

Op verzoek van het vorige kabinet is er onderzoek gedaan naar de eigenwoningregeling. En de conclusies waren vernietigend.

SEO heeft geconcludeerd dat de eigenwoningregeling als geheel ondoelmatig is en dat niet kan worden aangetoond dat de regeling doeltreffend is.3 Maar wat mij betreft is de conclusie van Panteia nog veelzeggender. Zij concluderen dat de huidige eigenwoningregeling complex is, waardoor een juiste toepassing van de fiscale eigenwoningregeling in sterke mate wordt belemmerd. Eén van de onderzoekers, Jelle van den Berg, onderstreepte dit ook nog eens tijdens de bijeenkomst bij de Vereniging voor Belastingwetenschap eind maart. Daarmee is de huidige eigenwoningregeling niet goed houdbaar, controleerbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar.4 Dus de eigenwoningregeling is niet altijd volledig controleerbaar door de Belastingdienst. Het ontbreken van historische informatie is hiervoor een belangrijke reden.

Het kan naar mijn mening niet zo zijn dat een wettelijke regeling niet kan worden gecontroleerd door het controleapparaat van de overheid: de Belastingdienst. Je weet dan zeker dat het niet goed zal gaan en er chaos ontstaat. Zonder dit onderzocht te hebben, durf ik de stelling wel aan dat een aanzienlijk percentage van de aangiften inkomstenbelasting op het terrein van de eigenwoningregeling niet correct is. Maar dat dit ook niet wordt gesignaleerd door de Belastingdienst. En dat is onacceptabel.

Dat wetende, lijkt mij het een no-brainer dat we dit aan moeten pakken. Dus dit moest zijn opgenomen in het coalitieakkoord. De tijd is immers nu (nog) rijp hiervoor. De belangrijkste reden om de eigen woning met de invoering van de Wet IB 2001 in box 1 te plaatsen was gelegen in het feit dat we hypotheekrenteaftrek kennen in Nederland.5 De langlopende verplichtingen waren de reden om de fiscale behandeling van de eigen woning in box 1 en niet in box 3 te plaatsen. Maar vanaf 2001 is door de invoering van de Wet IB 2001, de latere invoering van de bijleenregeling, het nieuwe regime in 2013, enz. de eigenwoningregeling verworden tot het gedrocht dat het nu is.

Maar de hypotheekrente is nu (nog) laag. Het fiscale voordeel van de hypotheekrenteaftrek is op dit moment uiterst beperkt. Sterker nog, nogal wat eigenwoningkopers kiezen vrijwillig voor een (aflossingsvrije) schuld in box 3. Sterker nog, dit stijgt enorm.6

Dus afscheid nemen van die tientallen pagina’s complexe en niet uit te voeren en te controleren wettekst. Een mogelijkheid, maar niet de enige is, de eigen woning over te brengen naar box 3. Uiteraard staat box 3 onder hoogspanning nu, dus de eigenwoningregeling moet worden opgenomen in de nieuwe box 3-systematiek die zonder twijfel een soort vermogenswinstbelasting gaat worden. Er zijn diverse publicaties over de wijze waarop de eigenwoningregeling zou kunnen worden gewijzigd.7 Ook de Bouwstenennotitie stelt dat een hervorming van de hypotheekrenteaftrek kansrijker is dan voorheen en geeft enkele mogelijkheden aan op welke wijze de eigenwoningregeling kan worden vereenvoudigd.8

Maar de teleurstelling is groot. Het coalitieakkoord9 gaat er helemaal niet op in. Er zijn geen wijzigingen opgenomen, behalve de meer dan terechte afschaffing van de schenkingsvrijstelling eigen woning.

Hoewel ik begrijp dat de huidige staatssecretaris van Financi√ęn de handen vol heeft aan onder meer box 3, moet het huidige kabinet serieus aan de slag met de fiscale eigenwoningregeling. Uiteraard met oog voor bestaande situaties. Het is onacceptabel dat een niet te controleren regeling waar de grote meerderheid van de belastingplichtigen gebruik van maakt, blijft bestaan. De huidige regeling is te complex, niet uitvoerbaar en dus niet controleerbaar en daarom moeten we er zo snel mogelijk van af. En het momentum is daar. Nu doorpakken. Als door de wereldse verhoudingen de (hypotheek)rente weer fors gaat oplopen wordt het veel en veel lastiger om er nog iets aan te doen. Ik denk graag mee.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Wetsartikelen
Auteur(s)
Gerard Staats
BDO/Tilburg University/Open Universiteit
NLF-nummer
NLF Opinie 2022/12
Judoreg
NFB4917
Publicatiedatum
5 april 2022
bwbr0011353&artikel=3.110,bwbr0011353&artikel=3.111,bwbr0011353&artikel=3.112,bwbr0011353&artikel=5.1,bwbr0011353&artikel=5.2

X