Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

X (belanghebbende) is enig aandeelhouder en bestuurder van vennootschap A. X en/of een nader te noemen meester heeft eind 2010 een overeenkomst tot koop van een pand (€ 585.000) gesloten met derden (hierna: de verkoper). In de koopovereenkomst is onder meer opgenomen dat het pand begin 2014 door de verkoper zal worden geleverd.

A heeft in 2012 de opdracht aan een makelaar verstrekt om het pand te verkopen. A heeft begin december 2013 het pand verkocht voor € 450.000. Begin 2014 is het pand door de verkoper aan A geleverd. A heeft vervolgens het pand aan de koper doorgeleverd.

A heeft in 2014 een verlies ter zake de verkoop van een pand in de aangifte vennootschapsbelasting opgevoerd. De Inspecteur heeft het opgevoerde verlies gecorrigeerd. Volgens de Inspecteur is het X die het verlies heeft geleden. Naar aanleiding van de correctie bij A heeft de Inspecteur een uitdeling van € 140.400 aan X in aanmerking genomen.

X heeft beroep ingesteld.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in de zaak van A (24 mei 2022, 19/2656, ECLI:NL:RBZWB:2022:2827) beslist dat de Inspecteur het door A in aftrek gebrachte transactieresultaat van negatief € 140.400 ten onrechte heeft geweigerd. Aangezien de Rechtbank heeft geoordeeld dat het verlies ten laste van A komt, is er geen sprake van een voordeel voor X. De aan X opgelegde navorderingsaanslag en rentebeschikking worden vernietigd.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
24 mei 2022
Rolnummer
19/2647
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:2828
NLF-nummer
NLF 2022/1106
Aflevering
9 juni 2022

X