Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(5)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving(1)
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(249)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(8)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(5)

Op 17 juli 2013 is door X (vof; belanghebbende) een Volkswagen Transporter Multivan 2.0 TSI (de eerste keer) ingevoerd. De datum van eerste toelating van het voertuig (in het buitenland) is 29 maart 2012. Naar aanleiding van de eerste aangifte BPM in 2013 heeft de Inspecteur de historische BPM (aanvankelijk € 22.859) naar werkelijke waarde herrekend en op een bedrag van € 16.525 vastgesteld.

Op 15 september 2015 is de Volkswagen uitgevoerd. Bij die uitvoer is een teruggaaf verleend van € 6.179, weer op basis van de herrekening en met toepassing van de afschrijvingstabel.

Binnen zes maanden na uitvoer, op 11 februari 2016, heeft X het voertuig opnieuw ingevoerd. Bij de aangifte heeft X een bedrag aan historische BPM ingevuld van € 16.525, hetgeen met een afschrijvingspercentage van 65,75% uitkomt op een te betalen BPM van € 5.660.

De Inspecteur heeft die aangifte niet gevolgd, maar heeft een naheffingsaanslag opgelegd tot een bedrag van € 2.169. Bij het vaststellen van de naheffingsaanslag is de Inspecteur uitgegaan van een historische bruto-BPM van € 22.859, hetgeen met een afschrijvingspercentage van 65,75% volgens de afschrijvingstabel resulteert in een te betalen BPM van € 7.829. De gehanteerde historische bruto-BPM is het bedrag dat op grond van artikel 9 Wet BPM zou zijn verschuldigd bij eerste toelating, in casu op 29 maart 2012, aldus de Inspecteur.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft het standpunt van de Inspecteur bevestigd. Het standpunt van X dat het bedrag aan BPM waarvoor de Inspecteur eerder teruggaaf heeft verleend, bepalend is voor het ter zake van de hernieuwde tenaamstelling te heffen bedrag aan BPM, heeft het Hof verworpen.

Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld, maar de Hoge Raad verklaart dit ongegrond. Het oordeel van het Hof is juist, wat er ook zij van de daartoe gebezigde gronden.

Conform Conclusie A-G IJzerman (NLF 2020/1559).

Rubriek(en)
Autobelastingen
Belastingtijdvak
2016
Instantie
HR
Datum instantie
25 maart 2022
Rolnummer
19/04950
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:439
Auteur(s)
Sacha Bothof
123BPM.NL
NLF-nummer
NLF 2022/0731
Aflevering
14 april 2022
Judoreg
NFB4944
bwbr0005806&artikel=1,bwbr0005806&artikel=1,bwbr0005806&artikel=10,bwbr0005806&artikel=10,bwbr0005806&artikel=10a,bwbr0005806&artikel=10a,bwbr0005806&artikel=10b,bwbr0005806&artikel=10b,bwbr0005806&artikel=14a,bwbr0005806&artikel=14a,bwbr0005813&artikel=8&lid=5,bwbr0005813&artikel=8&lid=5

X