Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(8)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(3)

Een fiscale eenheid voor de btw, bestaande uit acht vennootschappen, heeft een btw-schuld niet tijdig voldaan. De Ontvanger heeft aan alle vennootschappen een afzonderlijk dwangbevel doen betekenen, waarbij telkens het maximale tarief volgens de Kostenwet in rekening is gebracht (8 x € 11.393 = € 91.144). De vennootschappen, die hiertegen niet tijdig via een bestuursrechtelijke rechtsgang zijn opgekomen, hebben bijna vier jaar nadien een verzoek gericht tot de Ontvanger om deze vervolgingskosten te verminderen. Tegen de afwijzende beslissing (ambtshalve beoordeling) van de Ontvanger zijn de vennootschappen opgekomen bij de burgerlijke rechter als restrechter, in casu Hof Amsterdam. Het Hof heeft geoordeeld ten gunste van de Ontvanger (Hof Amsterdam 12 mei 2020, 200.246.707/01, ECLI:NL:GHAMS:2020:1355). Het is niet aan de burgerlijke rechter om te beoordelen wat de bestuursrechter (belastingrechter) zou hebben beslist, indien zij binnen de daarvoor geldende termijnen (artikel 7, lid 1, eerste volzin, Kostenwet) rechtsmiddelen hadden aangewend tegen de in rekening gebrachte kosten en vervolgens beroep bij de belastingrechter hadden ingesteld. De burgerlijke rechter kan de Ontvanger enkel verplichten tot ambtshalve vermindering van de in rekening gebrachte kosten, indien de beslissing de kosten niet te verminderen, mede in het licht van artikel 75, lid 7, Leidraad invordering 2008, onmiskenbaar onjuist was. Volgens het Hof hebben de vennootschappen onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die dermate klemmend zijn dat zij het oordeel kunnen dragen dat de Ontvanger ambtshalve tot vermindering van de betekeningskosten had moeten overgaan.


Drie vennootschappen klagen in cassatie vanuit diverse invalshoeken over dit oordeel. De andere vijf vennootschappen bestaan niet meer. Volgens A-G Assink falen alle klachten. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Rubriek(en)
Invordering
Belastingtijdvak
2012
Instantie
A-G
Datum instantie
24 september 2021
Rolnummer
20/02479
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:866
Auteur(s)
Jacques Raaijmakers
Raaijmakers Belastingadvies en Educatie
NLF-nummer
NLF 2021/2167
Aflevering
18 november 2021
Judoreg
NFB4649
bwbr0002645&artikel=7

X