Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) is een naar Duits recht opgericht en in Duitsland gevestigd beleggingsfonds. Zij heeft geen vaste inrichting in Nederland voor de vennootschapsbelasting. X is in Nederland niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting.

In geschil is of X recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting.

Gelet op de aard van het fonds gaat Hof Den Bosch ervan uit dat X vergelijkbaar is met een open fonds voor gemene rekening. Hoewel X diverse malen gewezen is op het ontbreken van de dividendnota’s en de eventuele gevolgen die daaraan verbonden zijn, heeft zij geen van die momenten aangegrepen om de dividendnota’s te overleggen. Voorts is niet gesteld en aannemelijk gemaakt dat op grond van artikel 9, lid 3, Wet DB 1965 de uitreiking van die dividendnota’s achterwege is gebleven.

Het Hof concludeert dat het verzoek om teruggaaf van dividendbelasting terecht is afgewezen, nu niet is komen vast te staan dat de teruggevraagde belasting ten laste van X is ingehouden.

Het Hof komt niet meer toe aan de vraag of X objectief vergelijkbaar is met een fbi.

Tegen dit oordeel heeft X cassatieberoep ingesteld, maar de Hoge Raad verklaart dit ongegrond met toepassing van artikel 81 Wet RO.

Metadata

Rubriek(en)
Dividendbelasting
Belastingtijdvak
2012-2014
Instantie
Hoge Raad
Datum instantie
22 maart 2024
Rolnummer
23/02607
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:480
NLF-nummer
NLF NLF
bwbr0002515&artikel=10,bwbr0002515&artikel=11a

Naar de bovenkant van de pagina