Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op 10 juni 2021 benoemde de algemene ledenvergadering Niels Boef tot voorzitter van de NOB. Felix Peppelenbosch mocht hem interviewen.

Op 10 juni 2021 benoemde de algemene ledenvergadering Niels Boef tot voorzitter van de NOB. Voorzitters worden voor een periode van drie jaar benoemd. Niels is 42 jaar en tax partner en aanvoerder van de praktijk voor dienstverlening aan grotere ondernemingen bij Meijburg & Co. Niels heeft gestudeerd in Leiden. Zijn specialisme als belastingadviseur is de vennootschapsbelasting. Van 2016 tot 2018 was hij lid van het algemeen bestuur van de NOB. Van 2018, tot zijn benoeming als voorzitter, was hij secretaris van het dagelijks bestuur.

Toen u lid werd van de NOB, had u toen ooit kunnen denken dat u op een dag voorzitter van de NOB zou worden?

Toen ik na mijn afstuderen lid van de NOB werd, had ik mij dat niet ten doel gesteld. Dat was in het jaar 2001 en toen was ik 23. Ik geloof niet dat er iemand is die op die leeftijd denkt ‘kom, ik ga later voorzitter van de NOB worden’. Ook toen ik in 2016 tot het bestuur toetrad, had ik dat nog niet bedacht, maar ik wist wel dat het tot de mogelijkheden zou kunnen behoren. Binnen de NOB is het een goed gebruik dat het bestuur een voorzitter nomineert: iemand die bestuurservaring heeft en de belangrijker NOB dossiers beheerst. Over het algemeen rouleren de grote kantoren bij het leveren van een nieuwe voorzitter. Bartjan Zoetmulder is partner bij Loyens & Loeff, dus was het nu de beurt aan een ander kantoor.

In uw jaarrede hebt u gezegd dat 2020 voor de NOB een ‘beproeving’ was. Wat is er allemaal gebeurd?

De coronacrisis was uiteraard de grote boosdoener. De medewerkers van het NOB-bureau werken sinds maart vorig jaar thuis. Dat was even wennen, maar het gaat nu gelukkig prima. Door het coronabeleid van het kabinet mochten er bij de Beroepsopleiding en het Programma Permanente Educatie geen fysieke bijeenkomsten meer worden gehouden. Dit kwam hard aan. Maar we hebben ons snel herpakt. In nauw overleg met de betreffende docenten hebben we vele cursussen omgebouwd van fysiek naar digitaal. En na een versoepeling in de zomer van 2021 moesten vanaf medio oktober opnieuw alle cursussen op locatie worden geschrapt. Dus was er weer een nieuwe planning nodig. Als je zo’n 300 cursussen per jaar organiseert, is dat een gigantische klus. Maar we hebben ons er goed doorheen geslagen.

Zo heeft de Commissie Wetsvoorstellen tijdens de coronatijd een groot aantal doorwrochte wetscommentaren naar de Tweede Kamer gezonden en hebben we vanuit internationaal perscentrum Nieuwspoort drie succesvolle digitale Belastingpoorten georganiseerd. We misten bovenal veel geplande bijeenkomsten met externe stakeholders – om een open dialoog te houden over alles wat dit prachtige vak te bieden heeft. Zoals het stakeholdersdiner, of het reguliere overleg met andere beroepsorganisaties. Maar natuurlijk ook de netwerkborrels.

De opstelling van het ministerie van Financiën richting belastingadviseurs lijkt zich te verharden. Ervaart u dat ook en zo ja, ziet u een rol voor uzelf / de NOB om te proberen de relatie te normaliseren?

Of er sprake is van een verharding bij Financiën, is even de vraag. Wat we wel zien, is dat er minder mogelijkheden zijn voor een vrije gedachtenuitwisseling over fiscale wetgeving. Als NOB worden we op dit moment pas laat in het wetgevingsproces betrokken. Dat zou beter kunnen en dat zou het wetgevingsproces ten goede komen. Zo stellen we nu soms veel vragen die al bij aanvang gekend hadden kunnen worden.

Bij de Belastingdienst zie ik wel een verharding. Dit heeft zijn weerslag op burgers en bedrijven en dat raakt uiteraard ook de belastingadviseurs die namens hen optreden. In de praktijk zien we dat het onderhouden van de relatie met de fiscus steeds minder soepel verloopt. De gemiddelde ondernemer in Nederland kent zijn belastinginspecteur niet meer, zei ik al in mijn jaarrede. Misschien wat symbolisch, maar wel met een kern van waarheid. Het is minder vanzelfsprekend geworden dat een gesprek met de fiscus een constructieve uitkomst kent. Het moment is daar om weer meer te werken aan onderling vertrouwen en elkaars posities proberen te begrijpen. Dat zou ik willen noemen: het ‘nieuwe fiscaal’. Natuurlijk hebben adviseurs ook een aandeel in dit thema.

Als ik een rapportcijfer zou mogen geven over de communicatie met de Belastingdienst, dan kom ik uit op 6-. Dat sinds enige jaren dalende waarderingscijfer valt te lezen in ons onderzoek Relatie met de fiscus uit 2019. Dus daar moeten we verandering in aan zien te brengen. Ik zie een relatie met de Toeslagenaffaire. Er is weinig tot geen bereidheid tot onderling overleg en dat zou wel moeten. Ook hier moet de menselijke maat, die er nu niet is, in ere worden hersteld. Interessant genoeg liet ons onderzoek in 2019 ook zien: als je een Inspecteur kent of structureel goed weet te bereiken, dan neemt de waardering zienderogen toe.

Wat zijn uw belangrijkste speerpunten voor de komende drie jaar?

Tijdens mijn voorzitterschap hebben we voor twee speerpunten gekozen. Het maatschappelijke debat en de verdere professionalisering van onze beroepsvereniging.

Om met het eerste speerpunt te beginnen, we blijven deelnemen aan het maatschappelijke debat over de fiscaliteit in brede zin. We willen de NOB laten uitgroeien tot een kennisinstituut dat zijn gelijke niet kent. Dat kan ook, omdat we beschikken over een ledenbestand van ruim 5.500 professionals die op alle fronten over enorm veel fiscale kennis en ervaring beschikken. Met die kennis willen we meepraten over wetgeving en thema’s als rechtszekerheid en rechtsbescherming. Ook willen we meepraten over de vraag hoe de belastingmix eruit moet komen te zien.

Het tweede speerpunt is de verdere professionalisering van de NOB. Als beroepsorganisatie krijgen wij steeds meer taken en verantwoordelijkheden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het houden van toezicht. Het beroep van belastingadviseur is immers niet wettelijk geregeld en dat willen we ook zo houden. Wel moeten we nadenken en navolging geven aan wat de maatschappij heden ten dage meer van ons verlangt. Daarvoor zullen we ook meer externe inzichten meenemen: bijvoorbeeld met onze voorgenomen Raad van Advies. Verder gaan we ook werken aan de modernisering van de beroepsopleiding voor de nieuwe generatie fiscalisten. Daarnaast hebben we professionals aangesteld voor de in- en externe communicatie en voor de coördinatie tussen al onze commissies, secties en klankbordgroepen. Kortom, we zijn zeker op de goede weg, maar er is nog heel wat werk te verzetten.

In het interview in het Financieel Dagblad (FD) van 17 juni 2021 zegt u dat de NOB geen politieke invloed wil hebben. Toch stuurt de Commissie Wetsvoorstellen aan de lopende band commentaren naar de Tweede Kamer. Hoe zit dat?

De NOB zet geen ‘politieke pet’ op. De Commissie Wetsvoorstellen van de NOB stuurt de commentaren naar de vaste commissie voor Financiën van de Eerste en de Tweede Kamer. Onze commentaren zijn niet ‘politiek gekleurd’. Bovendien hebben we nog nooit meegemaakt dat een Tweede Kamerfractie namens of voor de NOB politieke invloed ging uitoefenen. In onze commentaren wijzen we op tekortkomingen in wetsvoorstellen en dragen we vanuit onze praktijkkennis mogelijkheden voor verbetering aan. We signaleren ook lacunes en doen alternatieve voorstellen die wel uitvoerbaar zijn. Wij vinden dat het herijken van het internationale fiscale stelsel voor multinationals zo veel mogelijk in internationaal verband moet worden behandeld. Ook kijken we naar de impact van sommige wetsvoorstellen op het Nederlandse vestigingsklimaat. We praten hier dan niet over het uitoefenen van politieke invloed. Het gaat hierbij louter om economische argumenten. Politiek kun je daar alle kanten mee uit; daar gaan we niet over en uiteindelijk zijn we agnostisch wat betreft de uitkomst van het wetgevingsproces.

Ik herken me dan ook niet in de kritiek van sommige fiscale woordvoerders in de Tweede Kamer dat de NOB buiten het directe zicht van het parlement invloed probeert uit te oefenen op wetgeving en beleid van het ministerie van Financiën.

Belastingaangiftes van multinationals zijn regelmatig voorpaginanieuws en aanleiding voor Kamervragen. In het moeizame koppel multinationals en belastingen is de adviseur meestal de kwade genius die de routes uitstippelt waarlangs internationale bedrijven op legale maar maatschappelijk omstreden wijze belasting ontlopen. Moet dit beeld worden afgebogen?

Jazeker. Dit beeld is echt achterhaald. Het belangrijkste is denk ik: veel cliënten en advieskantoren willen al jaren niet meer op het scherpst van de snede opereren. Daarnaast is qua wetgeving zo veel veranderd. Vroeger konden belastingstructuren worden opgezet die tegenwoordig echt niet meer kunnen. Zo is bijvoorbeeld de tijd van lege brievenbusmaatschappijen allang voorbij. Het BEPS-project heeft daar een belangrijke bijdrage aan geleverd en ook de laatste kabinetten hebben op dit punt niet stilgezeten. Het tegengaan van belastingontwijking was ook een belangrijk speerpunt van dit (demissionaire) kabinet. Verder wijs ik nog op het op 1 juli 2021 in het International Framework van de OESO bereikte akkoord over Pijler 1 en Pijler 2. En niet te vergeten, ook de Europese Commissie heeft, vooruitlopend op het akkoord van 1 juli, talloze maatregelen aangekondigd. Natuurlijk houden wij ons bij het adviseren keurig netjes aan de regels; het is in ons beroep een uitdaging het geheel van nationale en internationale wetgeving te overzien. We hebben inmiddels ook te maken met DAC6. Door de Nederlandse implementatie van deze Europese richtlijn moeten intermediairs en/of belastingplichtigen potentieel agressieve grensoverschrijdende fiscale constructies melden bij de Belastingdienst. Dus het beeld dat belastingadviseurs zich bezighouden met het ontwijken van belasting moet echt worden afgebogen, omdat het niet juist is. Afscheid nemen van belastingontwijkende structuren is momenteel misschien wel prioriteit nummer een voor veel bedrijven. Dit merk je goed in de adviespraktijk.

Jan van de Streek meldde op Twitter dat hij de inhoud van het interview dat u samen met Bartjan Zoetmulder aan het FD hebt gegeven als ‘fake news’ beschouwde. Het ging hem met name om de quote ‘Wij hangen niet aan de rem bij de aanpak van belastingontwijking’. Ook meldde hij op Twitter dat het achterblijven van de DAC6-meldingen bij de oorspronkelijke prognose van de wetgever (4.500 in plaats van 40.000 gemelde belastingconstructies) vermoedelijk te maken heeft met de eigen ideeën van belastingadviseurs over de uitleg van de meldingsplicht. Hebt u de behoefte om te reageren op deze berichten?

Eigenlijk niet. De NOB hangt niet aan de rem bij de aanpak van belastingontwijking. Daar hebben we het zojuist over gehad. Ik ben het echter niet eens met het achterblijven van de DAC6-meldingen. Wat gemeld moet worden, wordt gemeld. Geen enkele adviseur zit immers te wachten op ‘naming and shaming’. Het is wel zo dat DAC6 een grote papieren tijger is gebleken. De verwachting dat dit een hausse aan tax planning zou ontbloten, is niet uitgekomen. De meeste rapportages gaan om voor de fiscus via andere wegen kenbare structuren, zoals bedrijfsreorganisaties of kapitaaltransacties. Daarbij, de risico’s van het niet melden zijn gewoon te groot. Dus de prognose is achteraf onjuist gebleken.

Vindt u dat het NOB-lidmaatschap ook open zou moeten kunnen staan voor mensen die werkzaam zijn in de fiscale praktijk, maar die niet noodzakelijkerwijs over een academische fiscale graad beschikken (IT/data-analisten enz.)?

Inmiddels zijn we zover. Je hoeft niet meer per se fiscaal recht te hebben gestudeerd. Zo kunnen bijvoorbeeld tax technology managers als volwaardig NOB-lid instromen en zo onder het het tuchtrecht van de NOB vallen. Een ander voorbeeld is iemand die in het buitenland een academische graad kunstgeschiedenis heeft behaald en die in Nederland als belastingadviseur bij een NOB-kantoor aan de slag gaat. Een voorwaarde hiervoor is wel dat deze personen de beroepsopleiding van de NOB gaan volgen. De NOB wil in de volle breedte alle belastingadviseurs op topniveau binden en ondersteunen, en daarbij past inclusiviteit als visie over hoe de typische NOB-praktijk zich ontwikkelt.

Ziet u op termijn een samensmelting van de NOB en het RB plaatsvinden?

Nee, dat denk ik niet. Wij werken goed samen, maar wij hebben een hele andere achterban. De RB richt zich specifiek op het mkb. Dat doet de NOB ook wel, maar wij richten ons toch op een breder spectrum.

Zou u het toejuichen als meer Inspecteurs / mensen van het ministerie van Financiën vaker de overstap naar de adviespraktijk zouden maken?

Zeker. Vroeger zag je dit vaker, maar helaas is dat steeds minder het geval. Het is altijd goed als je weet hoe het er aan beide kanten aan toe gaat. Omgekeerd zijn de laatste jaren wel een aanmerkelijk aantal belastingadviseurs overgestapt naar de Belastingdienst. Het kan bijdragen aan de wens om meer begrip en onderling vertrouwen te kweken.

Hoe ziet u de toekomst van het beroep van belastingadviseur?

Het beroep van belastingadviseur zal altijd nodig zijn, maar de ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Vroeger was het beroep echt anders. De NOB-belastingadviseur van nu en straks schrijft niet de hele dag memo’s meer. Allereerst zullen er altijd adviseurs zijn die zich bezighouden met winstverdeling over diverse jurisdicties, om belastingplichtigen compliant te laten zijn en waar mogelijk fiscaal efficiënt te opereren. Dan kan in M&A of goingconcernsituaties betreffen. Daarbij moeten ze begrip hebben voor de economische realiteit en goed begrijpen hoe de ‘substance’ in elkaar zit en moeten geschillen worden voorkomen. Daarnaast zal een deel van de praktijk meer met geschillenbeslechting en juridische procedures bezig zijn: helaas is de trend dat er meer disputen ontstaan tussen landen en daar zijn belastingplichtigen de dupe van. Tot slot heeft de adviseur van nu en straks te maken met vele vormen van compliance, CBC, tax accounting, transfer pricing, het inregelen van de fiscaliteit in de systemen en ga zo maar door. Dan heb ik het nog niet over de meer traditionele advisering van particulieren die vermoedelijk ook nodig blijft. Het is en blijft een heel uitdagend beroep.

Indien het mogelijk zou zijn om terug in de tijd te reizen, zou u dan met de kennis van nu opnieuw voor een fiscale opleiding kiezen?

Absoluut. De fiscaliteit is ontzettend dynamisch. Ik werk nu meer dan twintig jaar in de adviespraktijk, maar het beroep is compleet veranderd. De inhoud is veranderd en het is veel globaler geworden. Ook de hoeveelheid aan wetgeving waar wij als adviseurs mee te maken krijgen, is gigantisch. De combinatie van rechtstoepassing en de duiding van de bedrijfseconomische impact vereist een stevig analytisch vermogen en veel creativiteit. Er zijn weinig beroepen die deze ‘combi’ kennen en dat maakt dit beroep zo mooi.

Rubriek(en)
Overig
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2021/18
Judoreg
NFB4442
Publicatiedatum
9 juli 2021

X