Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

Op 16 april 2019 is het conceptwetsvoorstel ‘Aanpassing liquidatie- en stakingsverliesregeling’ van de Tweede Kamerleden Bart Snels (GroenLinks), Renske Leijten (SP) en Henk Nijboer (PvdA) ter internetconsultatie voorgelegd.


Er is volgens Felix Peppelenbosch weliswaar sprake van een initiatief, maar geen sprake van een initiatiefwetsvoorstel. Mocht het initiatief uiteindelijk worden omgezet in een initiatiefwetsvoorstel, dan is het – los van de vraag of een dergelijk intiatiefvoorstel ooit op een Kamermeerderheid zal kunnen rekenen, quod non – uitgesloten dat dit deze kabinetsperiode nog kan worden afgehandeld.

Tweede Kamerleden controleren niet alleen de regering, ze mogen ook zelf wetsvoorstellen maken. Dit heet het recht van initiatief. Elk Kamerlid heeft dit recht al sinds het begin van de Tweede Kamer in 1815. Op 16 april 2019 is het conceptwetsvoorstel ‘Aanpassing liquidatie- en stakingsverliesregeling’ van de Tweede Kamerleden Bart Snels (GroenLinks), Renske Leijten (SP) en Henk Nijboer (PvdA) ter internetconsultatie voorgelegd.

Er is weliswaar sprake van een initiatief, maar geen sprake van een initiatiefwetsvoorstel. Mocht het initiatief uiteindelijk worden omgezet een initiatiefwetsvoorstel, dan is het – los van de vraag of een dergelijk intiatiefvoorstel ooit op een Kamermeerderheid zal kunnen rekenen, quod non – uitgesloten dat dit deze kabinetsperiode nog kan worden afgehandeld. Voorts is het, gezien het huidige politieke krachtenveld in Nederland en in de rest van de EU alsmede het huidige succes van Forum voor Democratie, ondenkbaar dat Nederland bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, op 17 maart 2021, een draai naar links zal maken. Geen zorgen voor de multinationals dus.

De initiatiefnemers doen net alsof er al een wetsvoorstel is, maar dat is helemaal niet zo

Met dit voorstel beogen Snels, Leijten en Nijboer de liquidatie- en stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting aan te passen om de belastinggrondslag te verbreden en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Het voorstel wil een dam opwerpen tegen de uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag die plaatsvindt door middel van de aftrek van liquidatieverliezen. Daartoe worden in essentie de volgende drie maatregelen voorgesteld:

  • een beperking van de liquidatieverliesregeling tot liquidaties van dochtervennootschappen waarin de moedervennootschap een kwalificerend belang houdt (materiële beperking);
  • een beperking van de liquidatieverliesregeling tot liquidaties van dochtervennootschappen die zijn gevestigd in de EU/EER (territoriale beperking); en
  • een beperking van de mogelijkheid tot langdurig uitstel van het aftrekmoment van een liquidatieverlies (temporele beperking).

Als aanvullende maatregel worden vergelijkbare wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting (artikel 15i Wet VpB 1969).

Het wetsvoorstel is nu ter consultatie tot en met 16 mei 2019. Daarna is het nog maar de vraag of dit voorstel zal worden omgezet in een ‘echt initiatiefvoorstel’.

Het recht van initiatief

De Grondwet van 1815 gaf de Tweede Kamer het recht om op eigen initiatief een wetsvoorstel in te dienen. De behandeling van initiatiefwetsvoorstellen verloopt op dezelfde wijze als wetsvoorstellen van de regering. Zo kunnen Kamerleden amendementen indienen om het voorstel te wijzigen. Het enige verschil is dat het Kamerlid dat het initiatiefvoorstel heeft ingediend, het voorstel zelf in de Kamer verdedigt, in plaats van één of meer leden van de regering. Als de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel aanvaardt, wordt het een voorstel van de gehele Kamer. Na aanvaarding vraagt de voorzitter de indiener(s) om het voorstel in de Eerste Kamer te verdedigen.

Een initiatiefwetsvoorstel schrijven

Het maken van een initiatiefwetsvoorstel kost Tweede Kamerleden veel tijd. Voor het formuleren van de tekst kan een Kamerlid hulp krijgen van ambtenaren van het ministerie waar het onderwerp onder valt. Ook verlenen medewerkers van het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer ondersteuning. Er zijn verschillende redenen om een initiatiefvoorstel in te dienen, bijvoorbeeld:

  • als drukmiddel om de regering iets te laten doen;
  • om een alternatief te bieden voor een wetsvoorstel van de regering;
  • om aandacht te vragen voor een bepaald onderwerp.
Behandeling

De Tweede Kamer moet advies over initiatiefvoorstellen vragen aan de Raad van State. Deze kijkt hierbij vooral naar de kwaliteit en uitvoerbaarheid van voorstellen en of die in overeenstemming zijn met de Grondwet, andere wetten en verdragen. Leden van de regering zijn standaard aanwezig bij de behandeling van een initiatiefvoorstel in de Tweede Kamer. Zij treden dan op als adviseur van de Kamer. Als de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel ook heeft aangenomen, moeten de koning en de verantwoordelijke minister(s) het nog ondertekenen. De laatste stap is de afkondiging van de wet door plaatsing in het Staatsblad. Een advies van de Raad van State is er op dit moment simpelweg (nog lang) niet en dus is er nog geen sprake van een initiatiefvoorstel.

In de praktijk

Het aantal initiatiefwetsvoorstellen dat Tweede Kamerleden indienen, wisselt sterk per periode. Zo dienden zij tussen 1945 en 1967 maar acht initiatiefvoorstellen in. De afgelopen tien jaren lag het gemiddelde op ruim twaalf initiatiefvoorstellen per jaar. Slechts een minderheid van de initiatiefvoorstellen wordt ooit wet. Een van de bekendste voorbeelden van een geslaagd initiatiefwetsvoorstel is de Kinderwet van het liberale Kamerlid Samuel van Houten uit 1874. Dankzij hem mochten kinderen die jonger waren dan twaalf jaar niet meer werken in fabrieken. Een ander voorbeeld is het initiatiefwetsvoorstel van het lid Henri Marchant over het vrouwenkiesrecht. Dat maakte het vanaf 1 januari 1920 voor vrouwen mogelijk om, net als mannen, hun stem uit te brengen bij verkiezingen.

Conclusie

De soep zal uiteindelijk veel minder heet worden gegeten dan die thans wordt opgediend. Feitelijk is er op dit moment gewoon niks meer dan een uitgewerkt plan van de linkse oppositiepartijen dat feilloos past in hun niet aflatende vasthoudendheid om belastingontwijking door multinationals als Shell te willen aanpakken. Dat is zeker te prijzen, maar het is nog nooit bewezen. Eerder heeft staatssecretaris Menno Snel de Kamer al laten weten niet van plan zijn om de liquidatieverliesregeling aan te passen. In de informele Ecofinraad van 6 april 2019 heeft een initiële discussie plaatsgevonden over de wenselijke Ecofinprioriteiten in de komende parlementaire cyclus van vijf jaar, daarbij in acht nemend dat zowel de nieuwe Europese Commissie als het nieuwe Europees Parlement op dit moment nog onbekend zijn. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan dat het waardevol is als in EU-verband de strijd tegen belastingontwijking wordt voortgezet. Gezien het aanzienlijke pakket aan maatregelen dat in het kader van de belastingontwijking reeds is genomen vindt Nederland dat de voorspelbaarheid van het belastingsysteem voor bonafide bedrijven voldoende moet worden gewaarborgd (‘tax certainty’).

Daar ben ik het geheel mee eens, maar tegelijkertijd steun ik ook de strijd van Snels, Leijten en Nijboer. Het is in ieder geval goed om je ervan bewust te zijn dat van het conceptvoorstel van deze Kamerleden op dit moment geen enkele dreiging voor het vestigingsklimaat uitgaat. Het is niet meer dan een gewone Haagse ‘luchtballon’ die politiek gezien handig de lucht in is geblazen, maar uiteindelijk gedoemd is om in schoonheid te sterven als de tragische, door de kwaadaardige tovenaar Von Rothbart betoverde, witte zwaan Odette uit het Zwanenmeer van Tchaikovsky.

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Auteur(s)
Felix Peppelenbosch
NLFiscaal
NLF-nummer
NLF Opinie 2019/20
Judoreg
NFB2426
Publicatiedatum
25 april 2019

X