Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(548)
  • Commentaar NLFiscaal(2)
  • Literatuur(13)
  • Recent(42)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

Aan X (belanghebbende), inwoner van België, een buitenlands belastingplichtige, is op zijn verzoek door de Inspecteur een beschikking geruisloze omzetting afgegeven, wegens geruisloze inbreng van een vof in een bv. Het overgangstijdstip is vastgesteld met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015. Vervolgens heeft de Inspecteur aan X een navorderingsaanslag IB/PVV 2014 opgelegd met een conserverend inkomen (€ 41.001 als inkomen uit aanmerkelijk belang). Het opleggen van de navorderingsaanslag heeft de Inspecteur gebaseerd op de ‘extra standaardvoorwaarde’ als genoemd in bijlage 2 bij de standaardvoorwaarden als bedoeld in het besluit van de minister van Financiën van 2 juli 2010 (DGB2010/3599M). Bij de navorderingsaanslag is belastingrente in rekening gebracht.

X heeft beroep ingesteld.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de Inspecteur een nieuw feit heeft om na te vorderen. De Inspecteur werd pas na het vaststellen van de definitieve aanslag bekend met het verzoek van X om geruisloze omzetting. Van een schending van het verdedigingsbeginsel is voorts geen sprake.

X heeft aangevoerd dat hij door het opleggen van de navorderingsaanslag en de beschikking belastingrente als buitenlands belastingplichtige wordt gediscrimineerd.

De Rechtbank oordeelt dat ten aanzien van de navorderingsaanslag artikel 49 VWEU en artikel 47 Handvest niet zijn geschonden.

Het opleggen van de beschikking belastingrente leidt naar het oordeel van de Rechtbank tot een ongelijke behandeling van binnenlands en buitenlands belastingplichtigen. Aan buitenlands belastingplichtigen wordt een fiscaal voordeel onthouden, welke ongelijke behandeling in dit geval moet worden aangemerkt als discriminatie. De Rechtbank vernietigt op die grond de beschikking belastingrente.

Voor het overige verklaart de Rechtbank het beroep ongegrond.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Europees belastingrecht
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum instantie
25 mei 2022
Rolnummer
19/2135
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2022:2864
Auteur(s)
Joost Vetter
Geradts & Vetter Advocaten
NLF-nummer
NLF 2022/1200
Aflevering
23 juni 2022
Judoreg
NFB5085
bwbr0002320&artikel=16,bwbr0002320&artikel=16

X