Direct naar content gaan
}

Gerelateerde content

Samenvatting

Deze zaak gaat over vrachtwagens uit Israël die in het vrije verkeer van de Unie zijn gebracht. Bij de aangifte zijn telkens door de Israëlische autoriteiten gewaarmerkte EUR.1-certificaten overgelegd. Hierop staat als land van oorsprong ‘EEC’ of een lidstaat van de Europese Unie ingevuld. Van X (bv; belanghebbende) zijn douanerechten nagevorderd, omdat de goederen niet de oorsprong Israël hebben en er dus geen aanspraak kan worden gemaakt op een preferentieel tarief.

X is drie procedures gestart met betrekking tot de uitnodigingen tot betaling die aan haar zijn uitgereikt. In deze procedure is aan de orde of artikel 78, lid 3, CDW voorziet in de mogelijkheid om door middel van herziening de douaneregeling te wijzigen.

Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat een aangifte enkel kan worden herzien als het gaat om het wijzigen van gegevens binnen de betrokken douaneregeling. Het wijzigen van de betrokken douaneregeling zelf is niet mogelijk. Ook is een wijziging met het oog op de vrijstelling voor terugkerende goederen niet mogelijk, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de invoer van de vrachtwagens plaatsvindt binnen drie jaar na de uitvoer. X heeft niet voldaan aan haar stelplicht dat bijzondere omstandigheden zich te dezen voordoen die de overschrijding van die termijn rechtvaardigen.

X heeft met twee middelen cassatieberoep ingesteld, maar volgens A-G Ettema falen beide middelen. Het cassatieberoep is ongegrond, concludeert de A-G.

Metadata

Rubriek(en)
Douane
Belastingtijdvak
2006-2007
Instantie
A-G
Datum instantie
29 september 2023
Rolnummer
22/00286
ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:853
Auteur(s)
mr. A. Wolkers
Ploum advocaten
NLF-nummer
NLF 2023/2462
Aflevering
2 november 2023
Judoregnummer
JCDI:NFB6059
celex32013r0952&artikel=173,celex32013r0952&artikel=173,celex32013r0952&artikel=66,celex32013r0952&artikel=66,celex32013r0952&artikel=78,celex32013r0952&artikel=78

Naar de bovenkant van de pagina