Direct naar content gaan

Samenvatting

In het kader van het personeelsbeloningsbeleid stelt het Britse bedrijf GE Aircraft Engine Services Limited (hierna: GE) aan haar personeelsleden vouchers om niet ter beschikking.

In deze zaak is de vraag aan de orde of GE op basis van artikel 26 Btw-richtlijn hierover al dan niet omzetbelasting moet afdragen. De verwijzende rechter twijfelt over de uitlegging van de uitdrukking ’voor eigen privédoeleinden of voor privédoeleinden van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden’ in de zin van artikel 26, lid 1, onderdeel b, Btw-richtlijn en over de toepassing van deze bepaling in omstandigheden als die van het hoofdgeding. Zij heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.

Het HvJ antwoordt op de vragen dat artikel 26, lid 1, onderdeel b, Btw-richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat een dienstverrichting die erin bestaat dat een onderneming vouchers aan werknemers verstrekt in het kader van een programma dat bedoeld is om blijk te geven van waardering voor de beste en productiefste werknemers en hen te belonen, niet binnen de werkingssfeer ervan valt.

Anders, Conclusie A-G Ćapeta (NLF 2022/0299, met noot van Bijl).

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
december 2013 t/m oktober 2017
Instantie
HvJ
Datum instantie
17 november 2022
Rolnummer
C‑607/20
ECLI
ECLI:EU:C:2022:884
Auteur(s)
prof. dr. S.B. Cornielje
PwC/ Vrije Universiteit
NLF-nummer
NLF 2022/2328
Aflevering
1 december 2022
Judoregnummer
JCDI:NFB5357
bwbr0002629&artikel=28zh,bwbr0002636&artikel=1&lid=1,celex32006l0112&artikel=26,celex32006l0112&artikel=26

Naar de bovenkant van de pagina