Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) parkeert opzettelijk en systematisch deels op betaaldparkerenplaatsen en deels op de stoep met de stelling dat verboden parkeren geen betaald parkeren is. Hij rechtvaardigt dit gedrag door een interpretatie van artikel 225, lid 2, Gemw, waarin staat dat parkeren het laten staan van een voertuig is op plaatsen waar dat niet verboden is. Deze interpretatie leidt tot juridische procedures met het doel om dwangsommen, proceskostenvergoedingen en vergoedingen voor veronderstelde immateriële schade te verkrijgen.

Zowel Rechtbank Zeeland-West-Brabant als Hof Den Bosch stellen dat de bevoegdheid om beroep in te stellen niet mag worden misbruikt. Ze benadrukken dat het niet-ontvankelijk verklaren van een rechtsmiddel wegens misbruik zwaarwichtige gronden vereist, zoals evident gebruik zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waarvoor de middelen zijn gegeven, wat getuigt van kwade trouw. Daarvan is in casu sprake, aldus de Rechtbank en het Hof.

Tegen het oordeel van het Hof heeft X met zeven middelen cassatieberoep ingesteld.

A-G Wattel concludeert dat het standpunt van X, ondanks mogelijkheid tot pleitbaarheid vóór HR 22 maart 2022, 20/03717, ECLI:NL:HR:2022:156, na dat arrest als evident kansloos moet worden beschouwd. Hij benadrukt dat het misbruik van procesrecht is als het voor X zelf duidelijk is dat zijn eis kansloos is, vooral als rechtsmiddelen worden gebruikt voor andere doelen dan bedoeld. De A-G ondersteunt het oordeel van het Hof dat X systematisch naheffingsaanslagen parkeerbelasting uitlokt en procedeert met als enig doel inkomsten te genereren. Hij geeft de Hoge Raad in overweging de gemachtigde te weigeren en X te veroordelen tot vergoeding van kosten voor ambtelijke procedures.

Verder geef de A-G de Hoge Raad in overweging om de heffings- en invorderingsambtenaren van de betrokken gemeenten uit te nodigen te berichten welke kosten zij hebben moeten maken in verband met de behandeling van de bezwaren, de beroepen, de hoger beroepen en de cassatieberoepen in deze zaken en X wegens diens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht van ambtswege op basis van artikel 7:15, lid 1, Awb te veroordelen tot vergoeding van die kosten, al dan niet volgens een te bepalen forfait per bestuursorgaan en per rechterlijke instantie.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
onbekend
Instantie
A-G
Datum instantie
17 november 2023
Rolnummer
23/00879
ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:1044
Auteur(s)
mr. W.E. Nent
BDO
NLF-nummer
NLF 2024/0093
Aflevering
9 januari 2024
Judoregnummer
JCDI:NFB6181
bwbr0005416&artikel=225,bwbr0005416&artikel=225,bwbr0005537&artikel=7:15,bwbr0005537&artikel=7:15

Naar de bovenkant van de pagina