Direct naar content gaan

Gerelateerde content

Samenvatting

Op 13 november 2006 heeft een woningstichting (verder: de stichting) van de gemeente Maasdriel een perceel grond gekocht. Op die datum stond op het perceel een gebouw dat als bibliotheek in gebruik was geweest. Naast het bestaande gebouw bevond zich op het perceel een bestraat parkeerterrein. De stichting wilde op het terrein woningen bouwen, eventueel in combinatie met kantoren met parkeerfaciliteiten. Zij is met de gemeente overeengekomen dat de gemeente zorg zou dragen voor de sloop van het gebouw op het perceel alsmede voor de verwijdering van de bestrating van het parkeerterrein. Levering van het perceel heeft na de sloop op 2 maart 2007 plaatsgevonden. Op die datum was het parkeerterrein nog steeds in gebruik, was de bestrating nog niet verwijderd en was voor de door de stichting ontwikkelde bouwplannen op het perceel nog geen bouwvergunning verleend.
De vraag was vervolgens of er sprake was van een met btw belaste levering van een bouwterrein of van een met overdrachtsbelasting belaste levering.
Hof Arnhem heeft de inspecteur gevolgd dat sprake is van een met overdrachtsbelasting belaste levering. Daartoe heeft het Hof geoordeeld dat de levering is vrijgesteld van omzetbelasting omdat het perceel niet kan worden aangemerkt als een bouwterrein.
De Hoge Raad heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie (EHvJ).
Het EHvJ besliste op 17 januari 2013 (zaak nr. C-543/11) dat de levering van onbebouwde, maar voor bebouwing bestemde grond belast is met btw, wanneer uit een beoordeling van alle omstandigheden - met inbegrip van de intentie van partijen, mits deze wordt ondersteund door objectieve gegevens - blijkt dat op de datum van de levering het betrokken terrein daadwerkelijk was bestemd te worden bebouwd.
De Hoge Raad geeft thans zijn eindoordeel over de zaak. Na de oordelen van het EHvJ handhaaft de Hoge Raad niet langer zijn rechtsopvatting dat bij gehele sloop van een gebouw de vrijkomende grond eerst dan kan worden aangemerkt als bouwterrein, indien na de sloop van het gebouw bewerkingen aan de grond hebben plaatsgevonden met het oog op nieuwe bebouwing (HR 10 augustus 2001, nr. 36686, LJN AB3243).
Nu de stichting de intentie had het perceel te gebruiken voor nieuwbouw en zij daarom bij de aankoop van het perceel met de verkoper is overeengekomen dat laatstgenoemde zorg zou dragen voor de sloop van het daarop staande gebouw, alsmede voor de verwijdering van de bestrating van het parkeerterrein, staat hiermee vast dat het perceel ten tijde van de verkrijging door de stichting was bestemd te worden bebouwd. Het perceel moet daarom worden aangemerkt als bouwterrein zodat sprake is van een met btw belaste levering. Het cassatieberoep van de stichting wordt gegrond verklaard.

Metadata

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2006
Instantie
HR
Datum instantie
7 juni 2013
Rolnummer
10.02888bis
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:CA2222
bwbid=bwbr0&artikel=11,bwbid=bwbr0&artikel=15

Naar de bovenkant van de pagina