Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(10)
  • Jurisprudentie(129)
  • Commentaar NLFiscaal(4)
  • Literatuur(14)
  • Recent(23)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(1)

De Inspecteur heeft het bezwaar van X inzake de box 3-heffing voor het jaar 2018 gedeeltelijk aangehouden en voor het overige ongegrond verklaard.


X stelt dat het niet aan de Belastingdienst of de staatssecretaris is om het bezwaar te splitsen en in te delen, maar dat dit aan de rechterlijke macht is voorbehouden. De box 3-heffing maakt volgens X inbreuk op het eigendomsrecht van artikel 1 EP, omdat de belastingdruk ver uitstijgt boven de 100%.


Rechtbank Noord-Nederland oordeelt met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad van 2 juli 2021 (20/03092, ECLI:NL:HR:2021:963, NLF 2021/1410, met noot van Hoogwout) dat de Inspecteur het bezwaar terecht heeft gesplitst en dat het beroep ten aanzien van de voor massaal bezwaar aangewezen rechtsvraag meeloopt in de massaalbezwaarprocedure. De Rechtbank mag over deze rechtsvraag geen oordeel geven.


De Rechtbank mag alleen nog een oordeel geven over de vraag of de box 3-heffing in het geval van X leidt tot een individuele en buitensporige last. Naar aanleiding van de mondelinge behandeling op de zitting heeft X deze beroepsgrond ingetrokken. Dat betekent dat er verder geen geschil meer is waar de Rechtbank in deze zaak over mag beslissen.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2018
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum instantie
3 november 2021
Rolnummer
20/1750
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2021:4738
NLF-nummer
NLF 2021/2229
Aflevering
25 november 2021
bwbr0011353&artikel=5.2

X