Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(10)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(1)
  • Recent(2)

Grupa Warzywna (Polen) heeft een onroerend goed verworven dat meer dan twee jaar bewoond is geweest. Bij een controle door de belastingautoriteit is geconstateerd dat de levering van het onroerend goed was vrijgesteld van btw en dat Grupa Warzywna de voorbelasting op de levering niet had mogen aftrekken. Grupa Warzywna heeft daarop haar belastingaangifte gecorrigeerd, rekening houdend met de door de belastingautoriteit geconstateerde onregelmatigheden. Aldus heeft zij in haar aangifte een aanzienlijk lager btw-overschot dan het oorspronkelijke opgegeven. Ondanks deze correctie is aan Grupa Warzywna een sanctie opgelegd van 20% van het bedrag waarmee de onterecht gevraagde btw-teruggaaf te hoog is opgegeven.

De verwijzende rechter heeft aan het HvJ gevraagd of deze bijkomende belastingverplichting verenigbaar is met artikel 2, 250 en 273 Btw-richtlijn, artikel 4, lid 3, VEU, artikel 325 VWEU en het evenredigheidsbeginsel.

Het HvJ verklaart voor recht dat artikel 273 Btw-richtlijn en het evenredigheidsbeginsel zich tegen de sanctie verzetten, wanneer deze sanctie evenzeer van toepassing is op een situatie waarin de onregelmatigheid het gevolg is van het feit dat de partijen bij de handeling de belastbaarheid hiervan onjuist hebben beoordeeld, en er bij de handeling geen aanwijzingen zijn voor fraude of sprake is van inkomstenverlies voor de schatkist, als op een situatie waarin dergelijke bijzondere omstandigheden ontbreken.

Rubriek(en)
Omzetbelasting
Belastingtijdvak
2017
Instantie
HvJ
Datum instantie
15 april 2021
Rolnummer
C-935/19
ECLI
ECLI:EU:C:2021:287
Auteur(s)
Albert Bomer
Vrije Universiteit/Tilburg University
NLF-nummer
NLF 2021/0933
Aflevering
6 mei 2021
Judoreg
NFB4303
celex32006l0112&artikel=273

X