Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

In de onderhavige belastingzaak is door een advocaat die optreedt als waarnemend contactpersoon van de praktijk van X (belanghebbende) om uitstel van de zitting van Hof Den Haag verzocht omdat X vanwege ‘klemmende (medische) redenen niet in staat is om de zitting bij te wonen’.

Het Hof heeft het verzoek om uitstel afgewezen. Nog afgezien dat de verzoeken niet zijn ingediend door een gemachtigde, ziet het Hof de verzoeken als een vertragingstactiek waarmee X zonder valabele redenen poogt uitstel te verkrijgen met het enkele doel reguliere voortgang te frustreren. De bij het verzoek gevoegde medische verklaring geeft voorts als zodanig, los van de twijfel die de (tekst van de) verklaring oproept, onvoldoende uitsluitsel, aldus het Hof.

De Hoge Raad verklaart het door X ingestelde cassatieberoep gegrond.

Indien de belanghebbende wegens ziekte is verhinderd op de zitting te verschijnen en in verband daarmee om uitstel van het onderzoek ter zitting heeft verzocht of heeft doen verzoeken, moet de rechter dit verzoek als regel inwilligen. Een dergelijk verzoek kan ook worden gedaan door een ander dan de belanghebbende of diens procesvertegenwoordiger.

Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat de rechter tot het oordeel komt dat ondanks de ziekte van de belanghebbende (i) het belang van een behoorlijke procesorde – die afdoening van de zaak binnen een redelijke termijn omvat – ernstig in het gedrang zou komen indien het onderzoek ter zitting zou worden aangehouden, en (ii) dit belang onder de gegeven omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de belanghebbende om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.

Het Hof heeft met zijn beslissing miskend dat een verzoek om uitstel van de zitting wegens ziekte van de belanghebbende door een ander dan de belanghebbende of diens procesvertegenwoordiger kan worden gedaan.

Het Hof heeft verder in wezen beslist dat X niet ziek was en dus wel in staat was om de zitting bij te wonen. Het Hof heeft dit oordeel enerzijds gebaseerd op zijn aanname dat X de rechtsgang wilde frustreren en anderzijds op het argument dat de verklaring van de huisarts onvoldoende uitsluitsel geeft of X inderdaad niet in staat was de zitting bij te wonen. Dit oordeel is onbegrijpelijk. Deze aanname en dit argument kunnen immers, ook in onderling verband beschouwd, geen grond zijn voor de conclusie dat X niet ziek was en dus in staat was om de zitting bij te wonen.

De zaak is verwezen naar Hof Amsterdam.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2009
Instantie
HR
Datum instantie
22 april 2022
Rolnummer
20/01057
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:525
Auteur(s)
Joost Vetter
Geradts & Vetter Advocaten
NLF-nummer
NLF 2022/0911
Aflevering
12 mei 2022
Judoreg
NFB5000

X