Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(7)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(2)
  • Recent(1)
De activiteiten van X (bv; belanghebbende) bestaan uit de exploitatie van onroerende zaken en het houden van dochtervennootschappen. X is enig aandeelhouder van vier dochtervennootschappen. B, zijn echtgenote en zijn zoon zijn bestuurders van X. C AG, gevestigd te Zwitserland, is sinds 11 augustus 1975 enig aandeelhouder van X. Op 29 december 1988 hebben D AG, gevestigd op hetzelfde adres als C AG, en X een Darlehensvertrag (kredietfaciliteit) gesloten tot een bedrag van € 45.000.000.
Bij het vaststellen van de aanslagen vpb 2007-2009 heeft de Inspecteur onder andere correcties aangebracht op grond van artikel 10d Wet VpB 1969. De correcties bestaan uit niet-aftrekbare rente die is bepaald door de rente betaald aan D AG te verminderen met de rente ontvangen van verbonden lichamen.
Rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat de Inspecteur terecht en voor de juiste bedragen correcties op grond van artikel 10d Wet VpB 1969 heeft toegepast.
Bij Hof Amsterdam is in hoger beroep de aanslag vpb 2008 in geschil.
Het Hof oordeelt dat artikel 8:42 Awb niet is geschonden. Aan het niet overleggen van een e-mail verbindt het Hof geen gevolg. Het Hof verwerpt verder de stelling dat het voorschrift van artikel 10:3, lid 3, Awb is geschonden.
X is er niet in geslaagd het vermoeden te ontzenuwen dat de vennootschappen waaraan zij rente is verschuldigd verbonden lichamen zijn als bedoeld in artikel 10d, lid 3, Wet VpB 1969 in samenhang met artikel 10a, lid 4, Wet VpB 1969, terwijl voorts niet in geschil is dat is voldaan aan de vaste ratio van artikel 10d, lid 4, Wet VpB 1969. De Inspecteur heeft de aftrek van de aan D AG verschuldigde rente terecht geweigerd. Dit zou anders zijn, indien X in aanmerking komt voor toepassing van de concernratio van artikel 10d, lid 5, Wet VpB 1969, maar X heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van die bepaling. Het hoger beroep is ongegrond.
Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2008
Instantie
Hof Amsterdam
Datum instantie
28 december 2021
Rolnummer
20/00143
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:4123
bwbr0002672&artikel=10d

X