Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(4)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(53)
  • Commentaar NLFiscaal(8)
  • Literatuur(1)
  • Recent(6)

X (verzoeker) heeft op 21 januari 2022 bij de Hoge Raad om wraking verzocht van de rechters R.J. Koopman, M.T. Boerlage en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.

Het bericht van 21 januari 2022 bevat geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. De enkele verwijzing naar de omstandigheid dat de genoemde raadsheren op een eerder cassatieverzoek in voor verzoeker ongunstige zin hebben beslist met toepassing van artikel 81, lid 1, Wet RO, is immers niet zo’n feit of omstandigheid (vgl. HR 12 mei 2006, 40.947 en 40.948, ECLI:NL:HR:2006:AX2303). Het onderhavige verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het verzoek tot wraking is gemotiveerd en kan dus niet worden aangemerkt als wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 Awb. Om die reden wordt het verzoek door de wrakingskamer buiten behandeling gelaten.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2022
Instantie
HR
Datum instantie
11 februari 2022
Rolnummer
22/00202
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:213
Auteur(s)
Michiel Hennevelt
Hof Arnhem-Leeuwarden
NLF-nummer
NLF 2022/0408
Aflevering
24 februari 2022
Judoreg
NFB4844
bwbr0005537&artikel=8:15,bwbr0005537&artikel=8:16,bwbr0005537&artikel=8:16&lid=2,bwbr0005537&artikel=8:18&lid=1,bwbr0005537&artikel=8:15,bwbr0005537&artikel=8:16

X