Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(4)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(4)
  • Jurisprudentie(690)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(24)
  • Recent(41)

De Inspecteur heeft informatiebeschikkingen genomen ten aanzien van een in 1918 geboren vrouw (hierna: X). Zij is in 2010 getroffen door een herseninfarct, waarbij het spraakgebied is beschadigd. Sinds enkele jaren is zij ook dementerend en is zij niet meer in staat enige inhoudelijke vraag over haar financiën te beantwoorden.

Na verwijzing door de Hoge Raad heeft Hof Amsterdam geoordeeld dat het (mondeling en schriftelijk) niet verklaren X niet kan worden aangerekend. Aan het niet verstrekken van een verklaring wordt daarom niet de omkering en verzwaring van de bewijslast verbonden. Het niet verstrekken van vastgelegde informatie kan X echter wel worden aangerekend. Volgens het Hof had X in 2012 een beroep kunnen doen op bijstand van een derde en door diens tussenkomst aan het verzoek tot het verstrekken van informatie kunnen voldoen.

Het Hof heeft X een termijn gegeven die informatie alsnog aan de Inspecteur te verstrekken. 

Dit tweede cassatieberoep van X bevat twee klachten. De eerste klacht houdt in dat het Hof de informatiebeschikkingen had moeten vernietigen of vervallen had moeten verklaren voor zover zij zien op mondelinge of schriftelijke verklaringen van X. De tweede klacht houdt in dat het Hof uitdrukkelijk had moeten oordelen welke in de informatiebeschikkingen opgenomen vragen een mondelinge of schriftelijke verklaring van X betreffen.

De Hoge Raad stelt voorop dat de vraag of een onherroepelijke informatiebeschikking tot omkering van de bewijslast dient te leiden, aan de orde kan worden gesteld zowel in de procedure tegen de informatiebeschikking als in de procedure tegen de belastingaanslag. Het Hof is in zoverre van een juist uitgangspunt uitgegaan. De Hoge Raad is het ermee eens dat de informatiebeschikkingen moeten worden vernietigd voor zover ze betrekking hebben op medewerking van X die neerkomt op het mondeling of schriftelijk afleggen van een verklaring. Het cassatieberoep is derhalve gegrond. De Hoge Raad handhaaft de informatiebeschikkingen, doch uitsluitend voor zover daarin aan X wordt verzocht ten aanzien van een rekening bij de UBS bank in Zürich het bewijs van opheffing te verstrekken. De informatiebeschikkingen worden voor het overige vernietigd.

Inleiding

Na de invoering van de informatiebeschikking was het onduidelijk of in de procedure tegen de belastingaanslag deze omkering nog kan worden aangevochten. Met name als de belanghebbende alsnog de verzochte informatie verstrekt, ontstaat de situatie dat de bewijslast moet worden omgekeerd terwijl dit, vanwege het alsnog verstrekken van de informatie, (wellicht) niet gerechtvaardigd is. Het alsnog verstrekken van informatie laat de informatiebeschikking namelijk niet vervallen dan wel voorkomt niet dat deze onherroepelijk wordt.

Rechtmatigheid informatiebeschikking versus gerechtvaardigdheid omkering bewijslast

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2001-2004
Instantie
HR
Datum instantie
10 februari 2017
Rolnummer
16/02729
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:130
Auteur(s)
Iris de Roos
Van Bavel advocaten
NLF-nummer
NLF 2017/0380
Aflevering
23 februari 2017
Judoreg
NFB315
bwbr0002320&artikel=25,bwbr0002320&artikel=27e,bwbr0002320&artikel=47,bwbr0002320&artikel=52a

X