Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(2)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie(82)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(3)

De Heffingsambtenaar van de gemeente Oostzaan heeft aan X (belanghebbende), een instelling werkzaam op het gebied van de volkshuisvesting, voor het jaar 2013 een aanslag in de rioolheffing opgelegd ten bedrage van € 284.550 en voor het jaar 2014 een aanslag in de rioolheffing ten bedrage van € 288.533,70.

Voor Hof Amsterdam was onder meer in geschil of in het kader van de opbrengstlimiet de geraamde baten ter zake van de rioolheffing voor de jaren 2013 en 2014 de geraamde lasten overtreffen en of om die reden de verordeningen op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013 en 2014 (hierna: de Verordening 2013 respectievelijk de Verordening 2014) geheel dan wel partieel onverbindend zijn. 

Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat het de gemeente is toegestaan om achteraf bepaalde kosten in de raming van de rioolheffing op te nemen, terwijl deze kosten oorspronkelijk niet tot deze ramingen behoorden.

In cassatie betoogt X dat het Hof de perceptiekosten en de kosten van vegen van wegen niet in aanmerking had mogen nemen bij het bepalen van de ter zake van de riolering geraamde lasten, omdat deze kosten niet zijn verwerkt in de in de begroting van de gemeente opgenomen raming van baten en lasten van het riool.

De Hoge Raad is het met dit betoog eens. Het Hof had bij de toetsing aan de opbrengstlimiet die kosten niet in aanmerking mogen nemen. Het achteraf toevoegen van de kosten is niet toegestaan.

De Hoge Raad stelt voor wat betreft het jaar 2013 vast dat er een overdekking is van 13,5%. De geraamde baten gaan dus 10% of meer uit boven het gecorrigeerde bedrag van de geraamde lasten. Dit leidt tot algehele onverbindendheid van de Verordening 2013 (HR 13 april 2012, 10/03650, ECLI:NL:HR:2012:BU7248).

Voor het jaar 2014 is de overdekking minder dan 10%. Daarmee is de Verordening 2014 partieel onverbindend.

Conform Conclusie A-G IJzerman (NLF 2020/1796, met noot van Menger).

Rubriek(en)
Lokale heffingen
Belastingtijdvak
2013-2015
Instantie
HR
Datum instantie
12 maart 2021
Rolnummer
19/05224
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:360
Auteur(s)
Olga Menger
Fiscaliade
NLF-nummer
NLF 2021/0626
Aflevering
25 maart 2021
Judoreg
NFB4213
bwbr0005416&artikel=217,bwbr0005416&artikel=228a

X