Direct naar content gaan

Samenvatting

X (bv; belanghebbende) heeft een positief valutaresultaat behaald op schulden aan in Argentinië gevestigde vennootschappen, waarin zij, via haar gevoegde dochtermaatschappij, belangen houdt.

Bij Rechtbank Noord-Holland is in geschil of het door X behaalde positieve valutaresultaat op grond van artikel 10a, lid 3, onderdeel a, Wet VpB 1969 bij het bepalen van de belastbare winst in aanmerking moet worden genomen.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft X niet voldaan aan de stel- en bewijsplicht die voortvloeit uit artikel 10a, lid 3, Wet VpB 1969. X heeft in haar aangifte vennootschapsbelasting 2015 aangegeven dat geen beroep op de bepaling wordt gedaan en ook overigens is niet gebleken dat een dergelijk beroep is gedaan. Uit het enkele feit dat de reden voor het doen van de kapitaalstortingen en aangaan van de schulden aan de orde is geweest in correspondentie tussen X en de Inspecteur naar aanleiding van de aangifte vennootschapsbelasting 2015 volgt niet dat X zich heeft beroepen op de tegenbewijsregeling, en naar het oordeel van de Rechtbank kan de tegenbewijsregeling niet worden toegepast indien X niet stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat aan de voorwaarden voor toepassing daarvan wordt voldaan.

Metadata

Rubriek(en)
Vennootschapsbelasting
Belastingtijdvak
2015
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
23 juli 2020
Rolnummer
19/2315
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2020:6965
Auteur(s)
Jeroen van Strien
PKF Wallast/Vrije Universiteit/Radboud Universiteit
NLF-nummer
NLF 2020/1981
Aflevering
17 september 2020
Judoreg
NFB3679
bwbr0002672&artikel=10a&lid=2,bwbr0002672&artikel=10a&lid=2,bwbr0002672&artikel=10a&lid=3,bwbr0002672&artikel=10a&lid=3,bwbr0002672&artikel=10a&lid=8,bwbr0002672&artikel=10a&lid=8

Naar de bovenkant van de pagina