Direct naar content gaan

Samenvatting

In een gemeenschappelijke bijdrage bij de conclusies 20/04379 (X (bv); belanghebbende versus de staatssecretaris) en 21/00170 (staatssecretaris versus X (bv; belanghebbende) gaat A-G Wattel in op de volgende vragen die de regeling van belastingrente in de AWR doet rijzen:

  • Hoe moet de centrale term ‘verzuim’ in die regeling worden uitgelegd, gegeven (i) dat de parlementaire geschiedenis zichzelf ter zake van de betekenis van die term tegenspreekt en dat de belastingrenteregeling – anders dan de parlementaire toelichting stelde – niet aansluit bij de verzuimrenteregelingen in de de Awb en in artikel 6:81 BW, die alleen over betalingsverzuimen gaan en niet over titelverzuimen, (ii) dat de wet asymmetrisch en structureel in het nadeel van belastingplichtigen een verzuim van de fiscus anders omschrijft dan een verzuim van een belastingplichtige, en (iii) dat de regering bij de parlementaire behandeling kennelijk ten onrechte stelde dat (a) een belastingplichtige het steeds zelf in de hand zou hebben of hij al dan niet belastingrente verschuldigd wordt en (b) het economische voor- of nadeel van gemis van geld (de compensatiebetekenis van rente) geen rol meer zou spelen, maar alleen het verzuim (de sanctiebetekenis van renteberekening)?
  • Als wetsinterpretatie niet kan wegnemen dat in de gevallen van onze belanghebbenden rente wordt berekend over perioden waarin de door hen verschuldigde belasting op de rekening van de fiscus stond, moet de formele wet in hun, door de wetgever niet-voorziene, gevallen dan in zoverre buiten toepassing worden gelaten op basis van het eigendomsgrondrecht of het evenredigheidsbeginsel, mede gegeven dat de belastingrente veel hoger is (4% of 8%) dan de wettelijke rente (2%), die weer hoger is dan de marktrente op direct opeisbare banktegoeden?
  • Is het verenigbaar met het discriminatieverbod (i) dat ongelijke gevallen (die waarin de fiscus geen rentenadeel lijdt en die waarin hij wel rentenadeel lijdt) over één kam worden geschoren door dit voor renteberekening evident relevante verschil te negeren bij renteberekening ten laste van belastingplichtigen en (ii) dat ‘verzuim’ voor de fiscus zodanig anders te definiëren dan voor belastingplichtigen dat de renterisico’s van fiscaalrechtelijk verschil van inzicht tussen de fiscus en de belastingplichtige steeds worden gedragen door de belastingplichtige?

In de zaak met nummer 20/04379 concludeert de A-G dat het cassatieberoep gegrond is. Hij stelt verwijzing naar de feitenrechter voor om te bepalen hoeveel belastingrente te veel in rekening is gebracht.

In de zaak met nummer 21/00170 heeft ook X incidenteel cassatieberoep ingesteld. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep van de staatssecretaris ongegrond te verklaren en dat van X gegrond te verklaren.

Metadata

Rubriek(en)
Invordering
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2015-2016
Instantie
A-G
Datum instantie
29 juni 2022
Rolnummer
21/00170
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:701
Auteur(s)
Eddo Hageman
Deloitte / Erasmus Universiteit Rotterdam
NLF-nummer
NLF 2022/1447
Aflevering
28 juli 2022
Judoreg
NFB5163
bwbr0002320&artikel=30f,bwbr0002320&artikel=30f,bwbr0002320&artikel=30fa,bwbr0002320&artikel=30fa,bwbr0004770&artikel=9,bwbr0004770&artikel=9

Naar de bovenkant van de pagina