Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(1)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(1)
  • Jurisprudentie(5)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent(2)

X (belanghebbende) heeft op 15 oktober 2019 een verzoek tot herbeoordeling van de aangifte IB/PVV 2014 bij de Inspecteur ingediend. De Inspecteur heeft het verzoek als bezwaar aangemerkt en dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Hij heeft het verzoek daarnaast aangemerkt als een verzoek om ambtshalve vermindering en dit verzoek in hetzelfde geschrift afgewezen.

X heeft beroep ingesteld.

Vast staat dat de aanslag IB/PVV 2014 reeds onherroepelijk was toen de Inspecteur het verzoek van X tot herbeoordeling van de aanslag IB/PVV 2014 ontving. De systematiek van de Awb biedt niet de mogelijkheid om opnieuw een bezwaarprocedure te doorlopen over dezelfde aanslag.

Om proceseconomische redenen gaat Rechtbank Noord-Holland ook in op de vraag of de Inspecteur het verzoek om ambtshalve vermindering terecht heeft geweigerd, ook al is niet aan alle voorwaarden van artikel 7:1a Awb voldaan.

X verzoekt de Rechtbank om op grond van het arrest HR 14 juni 2019, 17/05606, ECLI:NL:HR:2019:816, NLF 2019/1464, met noot van Dusarduijn te bevestigen dat ten aanzien van de box 3-heffing op stelselniveau sprake is van een buitensporig zware last en dat daarom van een te hoge aanslag sprake is. De Hoge Raad heeft in dat arrest echter weliswaar geoordeeld dat voor de jaren 2013 en 2014 het eertijds door de wetgever veronderstelde langjarige rendement van vier procent niet meer haalbaar was voor belastingplichtigen zonder daar (veel) risico voor te hoeven nemen, maar daarmee is niet beslist dat op stelselniveau sprake was van een buitensporig zware last. Met betrekking tot de stelselvraag heeft de Hoge Raad niet kunnen vaststellen dat op dat niveau sprake was van een buitensporig zware last, omdat hij zich daar in een rechterlijke impasse terecht zag komen. De Inspecteur heeft de ambtshalve vermindering terecht geweigerd, concludeert de Rechtbank.

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2014
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum instantie
24 december 2021
Rolnummer
20/2088
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:12083
NLF-nummer
NLF 2022/0126
Aflevering
13 januari 2022
bwbr0005537&artikel=7:1a

X