Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten
  • Jurisprudentie
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur
  • Recent

De Inspecteur heeft bij beschikking van 21 oktober 2013 een bedrag van € 3 belastingrente vergoed aan X (belanghebbende) wegens in strijd met het Unierecht geheven BPM. Na bezwaar is het bedrag aan belastingrente verhoogd tot € 10.


Volgens Rechtbank Noord-Nederland dient de rente op grond van artikel 28C IW 1990 te worden vastgesteld op € 13,46. De Rechtbank heeft voorts geconstateerd dat de redelijke termijn in deze zaak met vier jaar en elf maanden is overschreden, maar geoordeeld dat die constatering, gelet op het financiële belang van de procedure volstaat en om die reden geen schadevergoeding toegekend.


X heeft hoger beroep ingesteld en Hof Arnhem-Leeuwarden verklaart dat gegrond. Gelet op de door de Inspecteur toegekende kostenvergoedingen heeft de Rechtbank ten onrechte geoordeeld dat sprake is van een zeer gering financieel belang. Ook het financiële belang bij zogenoemde nevenvorderingen speelt in dit kader een rol (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 28 maart 2017, 15/00428, ECLI:NL:GHARL:2017:2693, NLF 2017/0845, r.o. 4.10).


Het Hof kent alsnog aan X een immateriële schadevergoeding toe van € 5.000. De redelijke termijn in hoger beroep is niet overschreden, zodat X voor deze fase niet in aanmerking komt voor een immateriële schadevergoeding.


De uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd, doch uitsluitend voor zover het betreft het achterwege laten van een vergoeding van immateriële schade.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2012
Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
Datum instantie
19 oktober 2021
Rolnummer
20/01081
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:9812
NLF-nummer
NLF 2021/2137
Aflevering
11 november 2021

X