Direct naar content gaan

Samenvatting

Verwijzingszaak HR 4 februari 2022, 19/05968, ECLI:NL:HR:2022:131 (NLF 2022/0456, met noot van Van Norden).

De gemeente X (belanghebbende) heeft een school laten bouwen die vervolgens met btw is geleverd aan een onderwijsorganisatie (hierna: de stichting). De koopsom bedroeg 9,2% van de kostprijs. De Inspecteur heeft X teruggaven van omzetbelasting geweigerd.

Hof Arnhem-Leeuwarden achtte geen economische activiteit aanwezig. Volgens de Hoge Raad is het Hof echter van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan. De Hoge Raad acht van algemene bekendheid dat gemeenten met betrekking tot vastgoed economische activiteiten verrichten en dat zij daarvoor belastingplichtige zijn.

De zaak was verwezen naar Hof Den Bosch.

Het verwijzingshof legt de verwijzingsopdracht van de Hoge Raad zo uit dat het ook nog een oordeel dient te geven over de vraag of de eigendomsoverdracht door X van het schoolgebouw aan de stichting onder bezwarende titel heeft plaatsgevonden. Dat is volgens het verwijzingshof niet het geval, omdat het bedrag dat de gemeente heeft ontvangen in verband met de overdracht van het schoolgebouw is afgeleid van de kosten van de door de stichting gewenste bouwkundige voorzieningen die de gemeente volgens de normering van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) niet hoefde te bekostigen. Gelet hierop hoeft de vraag of de rechtsstrijd uitgebreid moet worden met de vraag of de levering van het schoolgebouw deel uitmaakt van een economische activiteit van de gemeente, ondanks dat de Hoge Raad in zijn verwijzingsarrest hier reeds op heeft beslist, niet beantwoord te worden, aldus het verwijzingshof.

Het beroep van de gemeente op het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagt niet.