Direct naar content gaan

Samenvatting

X (belanghebbende) is als bestuurder voor een bedrag van € 142.852 aansprakelijk gesteld voor de door een vennootschap onbetaald gebleven naheffingsaanslagen loonbelasting en omzetbelasting, belastingrente en de in rekening gebrachte kosten.

De Hoge Raad heeft over de bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 36 IW 1990 aan het HvJ de volgende prejudiciële vragen gesteld:

1. Verzet het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel zich tegen een regeling als die van artikel 36, lid 4, IW 1990, die het voor een bestuurder van een lichaam dat niet of niet op de juiste wijze heeft voldaan aan zijn verplichting tot melding van betalingsonmacht aan de Ontvanger van de Belastingdienst, in de praktijk uiterst moeilijk maakt te ontkomen aan aansprakelijkheid voor belastingschulden van het lichaam, waaronder omzetbelastingschulden?

2. Is voor het antwoord op vraag 1 van belang of de bestuurder te goeder trouw heeft gehandeld doordat hij met de zorgvuldigheid van een bedachtzame ondernemer te werk is gegaan, hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt, en zijn betrokkenheid bij misbruik of fraude is uitgesloten?

De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het HvJ naar aanleiding van dit verzoek uitspraak heeft gedaan.

Metadata

Rubriek(en)
Invordering
Belastingtijdvak
2018-2019
Instantie
HR
Datum instantie
5 oktober 2023
Rolnummer
21/03566
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1371
Auteur(s)
J.H.P.M. Raaijmakers
Raaijmakers Belastingadvies en Educatie
NLF-nummer
NLF 2023/2295
Aflevering
12 oktober 2023
Judoregnummer
JCDI:NFB6024
bwbr0002629&artikel=7&lid=4,bwbr0004770&artikel=36,bwbr0004770&artikel=36

Naar de bovenkant van de pagina