Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(10)
  • Internationale regelgeving(3)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(19)
  • Jurisprudentie(878)
  • Commentaar NLFiscaal(5)
  • Literatuur(37)
  • Recent(86)
  • Annotatie wetsgeschiedenis NLFiscaal(2)

Op 7 juli 2021 is de conclusie verschenen van de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (NLF 2021/1687). De conclusie gaat in op de vraag op welke wijze de bestuursrechter bestuurlijke maatregelen moet toetsen en wat daarbij de betekenis is van het evenredigheidsbeginsel. De conclusie heeft tevens betekenis voor het fiscale bestuursrecht, ook al gaat het in de conclusie om een drietal bestuursrechtelijke zaken.


Dit artikel is het eerste deel van een vierluik waarin de volgende invalshoeken achtereenvolgens aan de orde komen:



  1. het perspectief van de rechterlijke macht (door Wendy van Roij in deze bijdrage);

  2. het perspectief van de wetenschap (door Edward Pechler in NLF-W 2021/0041);

  3. het perspectief van de fiscale advocatuur (door Roel Kerckhoffs in NLF-W 2021/0042);

  4. het perspectief van de toezichthouder (door Jordy Baron en Eric Poelmann in NLF-W 2021/0043).


Met dit vierluik wordt een vooruitblik gegeven op de betekenis van het evenredigheidsbeginsel in het belastingrecht.

1. Inleiding

Het heffen van belasting en het in rekening brengen van belastingrente is een inmenging in het door artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM gewaarborgde ongestoorde genot van eigendom. Een verzuim- of vergrijpboete is een criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM. Op beide artikelen, maar ook op verdragsrechtelijke discriminatieverboden,1 kan een toets aan het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel worden gebaseerd. Voor beschikkingen die binnen het toepassingsgebied van het Unierecht vallen2 is het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel van toepassing.3

Deze bijdrage richt zich niet op voormelde evenredigheidsbeginselen, maar stelt het Nederlandse, in artikel 3:4, lid 2, Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel centraal. Daarbij schets ik in paragraaf 2 eerst enkele beperkingen van de bevoegdheden van de belastingrechter. Aansluitend (paragraaf 3) ga ik in op het wettelijk kader van genoemd artikel en bespreek ik de rechtspraak aan de hand van een aantal fiscale deelgebieden. Indien je evenredigheid zegt, hoor je tegenwoordig al snel ‘hardheidsclausule’ zodat dit onderwerp ook aan bod komt (paragraaf 4). In paragraaf 5 bespreek ik welke mogelijkheden er zijn om lacunes te dichten en transparantie te verbeteren. Paragraaf 6 bevat nog enkele afrondende woorden.

bwbr0001840&artikel=104,bwbr0001840&artikel=120,bwbr0002320&artikel=2,bwbr0002320&artikel=16,bwbr0002320&artikel=20,bwbr0002320&artikel=47,bwbr0002320&artikel=52,bwbr0002320&artikel=63,bwbr0005537&artikel=3:4,bwbr0011353&artikel=2.1,bwbv0001000&artikel=6,bwbv0001001&artikel=1

X