Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(3)
  • Internationale regelgeving(1)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(3)
  • Jurisprudentie(82)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(7)
  • Recent(21)

Op 7 juli 2021 is de conclusie verschenen van de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (NLF 2021/1687). De conclusie gaat in op de vraag op welke wijze de bestuursrechter bestuurlijke maatregelen moet toetsen en wat daarbij de betekenis is van het evenredigheidsbeginsel. De conclusie heeft tevens betekenis voor het fiscale bestuursrecht, ook al gaat het in de conclusie om een drietal bestuursrechtelijke zaken.


Dit artikel is het vierde deel van een vierluik waarin de volgende invalshoeken achtereenvolgens aan de orde komen:



  1. het perspectief van de rechterlijke macht (door Wendy van Roij in NLF-W 2021/0040);

  2. het perspectief van de wetenschap (door Edward Pechler in NLF-W 2021/0041);

  3. het perspectief van de fiscale advocatuur (door Roel Kerckhoffs in NLF-W 2021/0042);

  4. het perspectief van de toezichthouder (door Jordy Baron en Eric Poelmann in deze bijdrage).


Met dit vierluik wordt een vooruitblik gegeven op de betekenis van het evenredigheidsbeginsel in het belastingrecht.

1. Inleiding

De staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Wattel (hierna: de A-G’s) hebben recentelijk een conclusie1 (hierna: Conclusie) genomen waarin de vraag centraal staat hoe indringend de bestuursrechter bestuurlijke maatregelen moet toetsen en wat daarbij de betekenis is van het evenredigheidsbeginsel. Zij adviseren om de evenredigheidstoets aan te passen, in die zin dat de evenredigheid van bestuurlijke maatregelen overeenkomstig het EU-recht zou moeten worden getoetst. Ook menen zij dat het toetsingsverbod uit de Grondwet moet verdwijnen. In deze bijdrage schetsen wij de hoofdlijnen van deze Conclusie en gaan in op de (mogelijke) gevolgen voor een uitvoeringsorganisatie zoals de Belastingdienst. Overigens menen wij dat deze Conclusie en het debat over de indringendheid van rechterlijke toetsing niet los kan worden gezien van de Toeslagenaffaire.2 Die meer indringende rechterlijke toetsing is reeds aan de orde in de praktijk via het exceptieve toetsen van lagere regelgeving.3

2. Een vernieuwde invulling van artikel 3:4, lid 2, Awb bij fiscale beschikkingen

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Wetsartikelen
Auteur(s)
Jordy Baron
Ministerie van Financiën
Eric Poelmann
Belastingdienst Rijksuniversiteit Groningen
NLF-nummer
NLF-W 2021/0043
Judoreg
NFB4600
Publicatiedatum
26 oktober 2021
bwbr0001840&artikel=120,bwbr0005537&artikel=3:4,bwbr0011353&artikel=8.15,bwbv0001001&artikel=1

X