Gerelateerde content
    • Wet en parlementaire geschiedenis(6)
  • Internationale regelgeving(2)
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(5)
  • Jurisprudentie(153)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(20)
  • Recent(47)

Op 7 juli 2021 is de conclusie verschenen van de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven op verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (NLF 2021/1687). De conclusie gaat in op de vraag op welke wijze de bestuursrechter bestuurlijke maatregelen moet toetsen en wat daarbij de betekenis is van het evenredigheidsbeginsel. De conclusie heeft tevens betekenis voor het fiscale bestuursrecht, ook al gaat het in de conclusie om een drietal bestuursrechtelijke zaken.


Dit artikel is het tweede deel van een vierluik waarin de volgende invalshoeken achtereenvolgens aan de orde komen:



  1. het perspectief van de rechterlijke macht (door Wendy van Roij in NLF-W 2021/0040);

  2. het perspectief van de wetenschap (door Edward Pechler in deze bijdrage);

  3. het perspectief van de fiscale advocatuur (door Roel Kerckhoffs in NLF-W 2021/0042);

  4. het perspectief van de toezichthouder (door Jordy Baron en Eric Poelmann in NLF-W 2021/0043).


Met dit vierluik wordt een vooruitblik gegeven op de betekenis van het evenredigheidsbeginsel in het belastingrecht.

1. Inleiding

Door de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven (hierna: de A-G’s) is een belangwekkende conclusie1 (hierna: Conclusie) genomen over evenredigheidstoetsing door de rechter van niet-bestraffende bestuurlijke sancties2. Dit naar aanleiding van het verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) om ‘een algemeen kader’ voor zo’n toetsing op te stellen.3 Het kader dat de A-G’s ontwikkelen, omvat naast toetsingscriteria ook richtlijnen voor de mate van indringendheid van de toetsing (paragraaf 2). Vervolgens onderzoeken zij of een algemene regeling – een beleidsregel, een algemeen verbindend voorschrift dat geen wet in formele zin is, een wet in formele zin – evenredigheidstoetsing door de rechter kan beperken of uitsluiten (paragraaf 3). In de Conclusie, die specifiek betrekking heeft op geschillen over woningsluitingen wegens drugshandel en dwangsominvordering wegens illegale verhuur,4 is duidelijk de schaduw merkbaar die de Toeslagenaffaire op het bestuursrecht heeft geworpen. Over de betekenis van de Conclusie voor die affaire maak ik enkele opmerkingen (paragraaf 4).

2. Het algemene kader

bwbr0001840&artikel=120,bwbr0002320&artikel=26,bwbr0005537&artikel=1:3,bwbr0005537&artikel=3:2,bwbr0005537&artikel=3:4,bwbr0005537&artikel=4:84,bwbv0001000&artikel=6,bwbv0001001&artikel=1

X