Direct naar content gaan
}

Samenvatting

X (belanghebbende) komt in deze procedure op tegen de rendementsheffing van box 3 voor de jaren 2016 en 2017. Zij heeft onder meer aangevoerd dat inkomen uit sparen en beleggen slechts belastbaar kan zijn voor zover het daadwerkelijk is ‘genoten’. Hof Den Bosch heeft dit standpunt evenals Rechtbank Zeeland-West-Brabant verworpen. Ook het beroep op de zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen is afgewezen. Het Hof heeft verder geoordeeld dat de forfaitaire rendementsheffing voor zowel 2016 als 2017 niet in strijd is met artikel 1 EP. Voor 2016 is bij een eventueel rechtstekort op stelselniveau geen plaats voor ingrijpen van de rechter. Voor het jaar 2017 is op stelselniveau geen sprake van strijd met artikel 1 EP. Voor beide jaren is ook geen sprake van een individuele en buitensporige last, aldus het Hof. X heeft met de volgende vijf klachten cassatieberoep ingesteld.

  1. het Hof heeft de term ‘genieten’ in artikel 2.3 Wet IB 2001 verkeerd uitgelegd;
  2. het Hof heeft de Inspecteur ten onrechte gebonden geacht aan artikel 5.2 Wet IB 2001;
  3. een inkomstenbelasting van meer dan 100% van de inkomsten is confiscatoir en daarom wel degelijk onverenigbaar met artikel 1 EP;
  4. de box 3-heffing 2017 is unlawful omdat alle belastingplichtigen worden aangeslagen naar dezelfde gemiddelde vermogensmix volgend uit aangiften van vijf jaar geleden, die veel te onnauwkeurig is om een individuele heffingsgrondslag op te baseren; en;
  5. ingebrekestelling van de Inspecteur is wel degelijk een aanvraag ex artikel 4:17, lid 1, Awb.

Volgens A-G Wattel is (alleen) middel iv gegrond. Hij geeft de Hoge Raad in overweging om middel iv gegrond te verklaren, de box 3-heffing 2017 én de box 3-heffing 2016 als inkomstenbelasting op stelselniveau onverenigbaar te verklaren met het discriminatieverbod en het vooralsnog aan de wetgever over te laten om de stelselmatige discriminatie en privilegiëring van box 3-plichtigen op te heffen, nu dat op veel manieren kan, bijvoorbeeld door de inkomsten te belasten in plaats van een gemiddelde.

Metadata

Rubriek(en)
Inkomstenbelasting
Belastingtijdvak
2016-2017
Instantie
A-G
Datum instantie
25 maart 2021
Rolnummer
20/02453
ECLI
ECLI:NL:PHR:2021:293
Auteur(s)
mr. T.C. Hoogwout
Erasmus Universiteit Rotterdam/FBN
NLF-nummer
NLF 2021/0827
Aflevering
22 april 2021
Judoregnummer
JCDI:NFB4266
bwbr0005537&artikel=4:17,bwbr0005537&artikel=4:17,bwbr0011353&artikel=2.3,bwbr0011353&artikel=2.3,bwbr0011353&artikel=5.2,bwbr0011353&artikel=5.2,bwbv0001000&artikel=14,bwbv0001000&artikel=14,bwbv0001001&artikel=1,bwbv0001001&artikel=1

Naar de bovenkant van de pagina