Gerelateerde content
  • Wet en parlementaire geschiedenis(5)
  • Internationale regelgeving
  • Lagere regelgeving
  • Besluiten(2)
  • Jurisprudentie(106)
  • Commentaar NLFiscaal
  • Literatuur(3)
  • Recent(7)

X (belanghebbende) is in 2004 opgericht als nv naar het recht van Curaçao. In 2014 zijn de activiteiten verkocht. Na in liquidatie te zijn getreden is X opgehouden te bestaan, wegens een door de vereffenaar vastgesteld gebrek aan baten.

De Inspecteur heeft X bij brief aan de voormalige vereffenaar zijn vermoeden kenbaar gemaakt dat X mogelijk belastingplichtig is (geweest) voor de Nederlandse vennootschapsbelasting, omzetbelasting en kansspelbelasting.

Nadat niet tijdig aan de informatieverzoeken van de Inspecteur was voldaan, heeft de Inspecteur aan X belastingaanslagen opgelegd en voor die belastingaanslagen informatiebeschikkingen vastgesteld.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in de onderhavige zaak betreffende de belastingaanslagen overwogen dat X was opgehouden te bestaan op het moment van het opleggen van de belastingaanslagen en dat X bezwaren en beroepen heeft ingesteld, terwijl aan de hoedanigheid van de indiener van de bezwaren en beroepen niet behoeft te worden getwijfeld.

Het Hof heeft de aan X opgelegde aanslagen en informatiebeschikkingen vernietigd. Tevens heeft het Hof geoordeeld dat de Inspecteur de bezwaarbeslistermijn heeft laten verstrijken, waardoor dwangsommen zijn verbeurd.

Het Hof heeft verder nog geoordeeld dat X niet in Nederland was gevestigd, zodat de daarop gebaseerde belastingaanslagen moeten worden vernietigd. Tegen die beslissing heeft de staatssecretaris geen middel gericht.

De staatssecretaris heeft met vier middelen cassatieberoep ingesteld.

Voor bespreking van de middelen (I en IV) over de informatiebeschikkingen verwijst A-G IJzerman naar de conclusies in de zaak 20/04297 (20/04298, 20/04299 en 20/04302). De middelen falen, aldus de A-G.

In het tweede middel wordt erover geklaagd dat het Hof de bezwaren en beroepen tegen de belastingaanslagen ontvankelijk heeft verklaard. Het derde middel behelst dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat reeds een dwangsom is verbeurd, nu vastgesteld had moeten worden dat de termijn om uitspraak op bezwaar te doen was opgeschort met de bekendmaking van de informatiebeschikkingen.

Volgens de A-G falen ook deze middelen en is het cassatieberoep ongegrond.

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2004-2013
Instantie
A-G
Datum instantie
28 februari 2022
Rolnummer
20/04300
ECLI
ECLI:NL:PHR:2022:195
Auteur(s)
Eddo Hageman
Deloitte / Erasmus Universiteit Rotterdam
NLF-nummer
NLF 2022/0676
Aflevering
7 april 2022
Judoreg
NFB4931
bwbr0002320&artikel=4,bwbr0002320&artikel=4,bwbr0005537&artikel=6:2,bwbr0005537&artikel=6:2,bwbr0005537&artikel=6:10,bwbr0005537&artikel=6:10,bwbr0005537&artikel=6:12,bwbr0005537&artikel=6:12,bwbr0005537&artikel=8:55c,bwbr0005537&artikel=8:55c

X