Direct naar content gaan

Samenvatting

Aan X (belanghebbende) is een informatiebeschikking gegeven voor nog op te leggen (navorderings)aanslagen IB/PVV 2004 t/m 2016. De informatie is gevraagd omdat X de beschikking heeft c.q. heeft gehad over een in Zwitserland uitgegeven betaalkaart (bankpas, debet-creditkaart) en/of in verband met het aanhouden van één of meer buitenlandse bank- en/of effectenrekeningen. Ook heeft de informatiebeschikking betrekking op het niet invullen van de Verklaring Vermogen Buitenland. Na bezwaar heeft de Inspecteur de informatiebeschikking voor zover deze ziet op de jaren 2005 tot en met 2016 gehandhaafd.

Dat acht Hof Den Haag terecht. X heeft de Verklaring Vermogen Buitenland niet ingevuld, geen enkele informatie verstrekt en ook geen pogingen daartoe ondernomen.

Het Hof rekent, na de uitspraak van de geheimhoudingskamer (Hof Den Haag 24 maart 2022, 21/0026, ECLI:NL:GHDHA:2022:789, NLF 2022/1120), de geschoonde memo’s Aandachtspunten projecten Verhuld Vermogen tot de gedingstukken.

Er is geen reden voor terugwijzing naar de geheimhoudingskamer in verband met inwerkingtreding van de Woo, omdat de geheimhoudingskamer onafhankelijk van de eisen van de WOB aan het bepaalde in artikel 8:29 Awb heeft getoetst. Voorts gaat het niet om een verzoek tot openbaarmaking op grond van de Woo.

Het Hof wijst het beroep op schending van artikel 6 EVRM af. De in het nader stuk voor de tweede zitting ingenomen standpunten verklaart het Hof tardief.

Het hoger beroep is ongegrond. Het Hof stelt een nieuwe termijn van zes weken voor het voldoen aan de in de informatiebeschikking bedoelde verplichtingen.

Metadata

Rubriek(en)
Formeel belastingrecht
Belastingtijdvak
2005-2016
Instantie
Hof Den Haag
Datum instantie
8 november 2022
Rolnummer
21/00260
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:2193
NLF-nummer
NLF 2022/2359
Aflevering
1 december 2022
bwbr0002320&artikel=52a,bwbr0002320&artikel=52a

Naar de bovenkant van de pagina